Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan zij de bovenste voor de vogels bestemmen. Er zijn er, die meenen, dat er in de hoogte niet meer dan drie verdiepingen geweest zijn, maar dat deze door middelschotten onderling verdeeld waren. Bovendien is men het niet eens over het venster, want sommigen meenen, dat er niet maar één geweest is, maar meer. Er zijn er, die zeggen, dat de vensters open geweest zijn om lucht in te laten ; anderen echter beweren, dat ze slechts voor het licht gemaakt zijn, en daarom overtrokken zijn geweest met kristal en bestreken met pek. Mij komt het meer waarschijnlijk voor, dat er slechts één venster geweest is, en dat dit niet voor het licht gemaakt is, maar gesloten bleef, behalve wanneer het gebruik de opening daarvan eischte, gelijk wij later zullen zien. Waarom er drie verdiepingen en afzonderlijke verblijven geweest zijn, is ons onbekend.

Moeilijker is de vraag, die zich voordoet aangaande de hoogte. Want oudtijds hebben eenige goddelooze menschen met Mozes den spot gedreven alsof hij had verzonnen, dat in zulk eene kleine ruimte die groote menigte dieren was opgesloten, ofschoon het derde deel nauwelijks vier olifanten zou kunnen bevatten. Deze tegenwerping lost Origenes op, door te zeggen, dat Mozes de bij het landmeten gebruikelijke el bedoelt, die zesmaal zoo groot is als de gewone. Augustinus, in zijn boek „de stad Gods" 15 en het eerste boek van zijne onderzoekingen over Genesis, is 't bijna met hem eens. Ik stem wel toe, wat zij aanvoeren, dat Mozes, die onderwezen was in alle wijsheid der Egyptenaren, niet onbekend is geweest met de meetkunde; maar als wij in aanmerking nemen, dat hij overal, zonder geleerdheid, naar de bevatting des volks heeft gesproken en dat hij met opzet zich heeft onthouden van scherpzinnige redeneeringen, die naar de school en de wetenschap roken, geloof ik volstrekt niet, dat hij hier tegen zijne gewoonte, de meetkunde in toepassing heeft gebracht. Ten minste in het eerste hoofdstuk houdt hij geen vertoog over de sterren, gelijk een wijsgeer, maar hij spreekt in den volkstrant van zon en maan als twee groote lichten, zooals ongeoefenden die zien en niet zooals ze werkelijk zijn. Overal kan men zien, dat hij alle dingen zonder onderscheid met hunne gewone namen aanduidt.

Hoe groot destijds de lengte van een el was, weet i': niet; ik heb genoegzame grond om te gelooven, dat God, de

Sluiten