Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou afhouden. Maar omdat het niet van veel belang is, hoe men hierin oordeelt, bepaal ik niets met zekerheid. Dit moet ons het meest waard zijn, dat wij vleesch eten, en dat dit door Gods gunst ons is toegestaan, zoodat wij niet als roovers grijpen, wat onze lust begeert, noch als een tyran het onschuldig bloed der beesten vergieteu, maar slechts nemen, wat door Gods hand is toegestaan. Wij hooren Paulus zeggen, Rom. 14 vs. 4, dat het vrij is t2 eten wat men wil, als slechts ons geweten vrij is, maar dat alles onrein is, wat elk zich onrein maakt. Vanwaar toch komt deze gewoonte, dat de mensch met een gerust geweten en niet lichtzinnig of door teugellooze vrijheid, ja als in Gods tegenwoordigheid eet, van welke spijze hij maar wil, anders dan doordat hij weet, dat van Godswege door schenkingsrecht die spijzen hem zijn geschonken ? Endaarom (ook volgens Paulus getuigenis 1 Tim. 4 vs. 5), heiligt het woord Gods voor ons de schepselen, zoodat wij ze rein en vrij mogen eten. Wordt dit woord opgeheven, dan zal niemand met een hapje brood zijn lichaam voeden en verkwikken, zonder tevens zijne ziel te bezoedelen. Daarom heeft de Heere ongetwijfeld voor ons geloof willen zorgen, toen Hij duidelijk door Mozes getuigde, dat Hij het gebruik van vleesch den menschen vrij liet, opdat wij niet met een twijfelmoedig en angstig hart zouden eten. Tevens dringt Hij ons tot dankbaarheid. Daarom voegt Hij op de plaats, die ik zooeven heb genoemd, aan het woord het gebed toe, de wijze der heiliging bepalende. Deze vrijheid toch, ons door den Heere gegeven, en die Hij wilde laten opteekene.n, zoodat elk ze kan weten, hebben wij standvastig te bewaren. Want met dit woord spreekt Hij alle nakomelingen van Noach aan, om Zijne gunst aan alle eeuwen te bewijzen. Waartoe dient dit anders dan opdat de geloovigen met kracht zouden opeischen, wat zij weten dat van God als Gever hun toekomt ?

Want het is eenc onverdragelijke tyrannie, God, als nadat Hij als Schepper van alles voor ons de aarde en de lucht heeft opengesteld, om daaruit als uit Zijne voorraadschuren voedsel te nemen, door ons beneden den sterfelijken mensch wordt gesteld, die geene vlieg noch slak kan scheppen. Over het uitwendig verbod spreek ik niet, maar ik zeg, dat God een schrikkelijk onrecht wordt aangedaan, als wij zoo groote vrijheid geven aan menschen, dat zij voor ongeoorloofd verklaren,

Sluiten