Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik, voor mij, ontken niet, dat op deze uitspraak Gods de straf is gegrond, die ook in wetten bepaald wordt, en die de rechters opvolgen, maar ik meen, dat de woorden meer omvatten. Er is geschreven in I's. 55 vs. 24 ,,de mannen des bloeds zullen hunne dagen niet ter helft brengen". Wij zien hen dan ook op kruiswegen of in bordeelen, de meesten in oorlogen sterven. Dus al sluiten de overheidspersonen het oog, toch zendt God van elders zijne scherprechters, die aan bloeddorstige menschen hun verdiende loon geven. Zoo bedreigt God den moordenaars straf en kondigt die aan, om ook de overheid met het zwaard te wapenen, tot het wreken der moorden, opdat het bloed der menschen niet ongestraft vergoten worde.

Want God heeft den inensch naar zijn Beeld gemaakt. Dat God deze meer verheven leer met kracht uitspreekt, leert ons, dat God niet zoo maar of voor niets bekommerd is aangaande 's menschen leven. Wel zijn de menschen, zoo alleen met hen rekening wordt gehouden, niet waardig, dat God voor hen zorgt, maar omdat zij het Beeld Gods dragen, acht Hij zich zelven in hun persoon geschonden. Wijl dus de menschen niets van zich zelf hebben, om zich daarmee Gods gunst te verwerven, ziet Hij Zijne gaven in hen aan, waardoor Hij tot liefde en zorg voor hen wordt uitgelokt.

Deze leer nu moet nauwkeurig opgemerkt worden, dat niemand zijne'broederen onrecht kan aandoen zonder God zelven te bcleedigen.En zoo dit nauwkeurig in onze gemoederen ingeprent was, zouden wij veel trager zijn in het aandoen van onrecht. Zoo iemand mocht tegenwerpen, dat dit Beeld verwoest is, de oplossing ligt voor de hand, er is nog iets overgebleven, zoodat demenschdoor niet-geringe waardigheid uitmunt. Voorts dat de hemelsche Maker zelf, al is de mensch bedorven, toch het doel der eerste schepping voor oogen heeft. Uit het voorbeeld daarvan past het ons af te leiden, waartoe Hij de menschen heeft geschapen, en met welk eene uitnemendheid Hij hen verwaardigd heeft boven de overige levende wezens.

7. En gij, meest vruchtbaar. Andermaal richt Hij Zijne rede tot Noach en zijne zonen, om hen aan te manen tot ijver in het verwekken van zaad, alsof Hij zeide: Gij ziet, dat ik mij beijver, om het menschelijk geslacht te begunstigen en te beschermen, doe gij daarom voor mij moeite om het uit te breiden. Intusschen schrikt hij hen af van moord en geweld,

Sluiten