Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der bekend waren, waarom Mozes ze terloops even aanstipte. In de tweede plaats vermeldt hij de zonen van Cham, omdat de Joden hen door nabuurtschap meest van nabij kenden. Aangezien hij begonnen was de geschiedenis der Kerk achtereenvolgens uiteen te zetten, verschuift hij de nakomelingschap van Sem, waaruit ze is voortgekomen, naar de laatste plaats. En daarom moet men in de orde van behandeling geen teeken van de waardigheid zien, want Mozes noemt het allereerst, die hij als onbekenden kortelijks wilde aanstippen. Ook houde men het er voor, dat de kinderen dier eeuw voor een tijd hebben uitgemunt, zoodat het den schijn had, dat de wereld om hunnentwille geschapen was, maar hunne roem kwijnde weg en is verdwenen.

Maar de Kerk werd in een onaanzienlijk bedelaarskleed, als het ware langs den grond kruipende, van Godswege gespaard, totdat eindelijk te zijner tijd haar Hoofd zich openbaarde. Wat de namen betreft, heb ik reeds gezegd, dat ik de nauwkeurige nasporing aan anderen overlaat. Van enkelen is uit de Schriften de beteekenis duidelijk, gelijk Chus, Misraim, Magdai, Kanaan en dergelijke; over anderen bestaan waarschijnlijke gissingen ; bij enkelen is de duisterheid te groot, dan dat iets met zekerheid kan worden uitgedacht; en de gissingen, die de uitleggers aanvoeren, zijn deels zeer verdraaid en gedrongen, deels smakeloos en zonder eenige aantrekkelijkheid. Het is spitsvondige nieuwsgierigheid, in eiken naam bepaalde en onderscheidene volken te zoeken.

Als Mozes zegt, dat van de zonen van Japheth, de eilanden der volken zijn verdeeld, versta men dat ze onder elkaar overzeesche landen hebben verdeeld. Want Griekeland en Italiƫ, en andere vaste landstreken, worden bij de Hebreen evengoed als Rhodus of Cyprus eilanden genoemd, omdat de zee tusschen hen ligt. Daaruit besluiten wij, dat zij uit die volken niet zijn voortgekomen.

8. Chus gervon Nimrod. Dat Chus de vorst is geweest van Aethiopiƫ, is zeker. Van zijnen zoon Nimrod verhaalt Mozes eene bijzondere geschiedenis, dat hij zich van de gewone leefwijze onderscheidde. Overigens verklaar ik dit aldus : dat de leefwijze der menschen toen middelmatig geweest is, zoodat zij, die boven anderen stonden, geene heerschappij voerden, noch zich koninklijke macht aanmatigden, maar met eenige waar-

Sluiten