Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. De Hecre kwam neder. Nu volgt het laatste gedeelte der geschiedenis, waarin Mozes toont, hoe gemakkelijk de Heere hunne onzinnige pogingen heeft vernietigd en den geheelen toeleg heeft verijdeld. Want zonder twijfel hebben zij hun voorgenomen werk krachtig aangepakt. Mozes zegt, dat God zich eerst een oogenblik verborgen heeft gehouden, om door eene plotselinge spraakverwarring het begonnen werk af te breken en alzoo een allerduidelijkste blijk van Zijn oordeel te geven. Want Hij verdraagt de goddeloozen meestal zoo, dat Hij niet alleen rustig en gelijk iemand, die talmt, hen vele wandaden laat smeden, maar ook hunne goddelooze en verkeerde plannen met goeden uitslag bekroont, om hen eindelijk des te dieper in het verderf te doen neerzinken. Want het nedervaren, waarvan Mozes spreekt heeft meer betrekking op menschen, dan op God, Die geene verandering van plaats kent. In werkelijkheid bedoelde Mozes, dat God merkbaar en als met zachten tred straffend is opgetreden. De Heere daalde neder, om te zien, beteekent dus, Hij toonde metterdaad dat hetgeen de Balyloniërs beproefden, Hem niet onbekend was.

6. Zie zij zijn een volk. Enkelen leggen het zoo uit, dat God klaagt over de verharde boosheid der menschen, zoodat rechtmatige smart Hem dringt zich op te maken tot straffen. Niet alsof in Hem eenige neiging is, maar opdat wij zouden leeren, dat Hij de menschelijke zaken niet verwaarloost, en Hij niet alleen waakt over het heil der geloovigen, maar evengoed let op de boosheid der goddeloozen. Zoo leest men Psalm 34 : 7. „Het aangezicht des Heeren is tegen hen, die kwaad doen, om hunne gedachtenis van de aarde weg te nemen". Anderen meenen, dat dit eene vergelijking is van het mindere met het meerdere, alsof gezegd werd : „Zij zijn nog weinigen en ze gebruiken slechts ééne taal, wat zullen ze dus niet durven doen, als zij van wege hunne menigte in onderscheidene volken zijn verdeeld ?" Doch mij komt het meer voor, dat hier ironie in ligt, alsof God zich de moeilijkheid voorstelde van het onderdrukken hunner stoutmoedigheid. De zin is dan, dit volk heeft zich dicht aaneengeschakeld, zij hebben dezelfde taal, op welke manier zullen zij dus kunnen gestuit worden ? Ironisch toch bespot Hij hun vast en onwankelbaar zelfvertrouwen, omdat goddeloozen, als zij rekenen met hunne krachten, zich alles durven aanmatigen.

Sluiten