Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil ondernemen, slecht afloopen, ook al bieden alle schepselen in hemel en op aarde ons om strijd hunne hulp aan.

Maar ofschoon de wereld nog heden ten dage deze vervloeking draagt, zoo blinkt toch te midden der straf en het schrikwekkend blijk van Gods toorn tegen de trotscheid der menschen de wonderlijke goedheid Gods uit, dat de volken over en weer, ondanks de verschillende talen, met elkaar gemeenschap kunnen uitoefenen. Vooral hierin, dat Hij het ééne Evangelie in alle talen heeft bekend gemaakt door de geheele wereld, en de Apostelen met de gave der talen heeft toegerust. Daardoor is 't gekomen, dat zij, die te voren jammerlijk verdeeld waren, in eenigheid des geloofs samensmolten. In dezen zin zegt Jesaja, hoofdstuk 19 : 18, dat Kanaan onder Christus' regeering een voor allen gemeenschappelijke taal zal bezitten, omdat, al verschillen zij in klank der spraak, zij toch één en hetzelfde zeggen, als zij het „Abba, Vader" op de lippen nemen.

8. En de Heere verstrooide hen. Ook vroeger waren de menschen verspreid; hier moet dus de verstrooiing niet als straf worden aangemerkt, want zij is veel meer een uitvloeisel van Gods zegening en genade. Maar had de Heere hen vroeger eervol over verschillende woonplaatsen verdeeld, thans jaagt Hij hen met schande uiteen, hen naar alle kanten verstrooiende, als de leden van een verscheurd lichaam. Dit was dus niet maar eene eenvoudige verspreiding om de aarde te vervullen, opdat zij overal bebouwers en bewoners zou hebben, maar eene gewelddadige uiteendrijving, omdat de voornaamste band van onderlinge gemeenschap werd afgesneden.

9. Daarna noemde Hij haren naam Babel. Zie eens, wat zij verkrijgen door hunne dwaze eerzucht, om een naam te verwerven. Zij hoopten, dat in den toren dc eeuwige nagedachtenis van hunnen oorsprong zou gegrift staan. Maar God verijdelt niet alleen hun ijdel zelfvertrouwen, maar laadt op hen het brandmerk der eeuwige schande, zoodat zij door alle nakomelingen moeten vervloekt worden, wegens het toebrengen van zulk een verlies aan het menschelijk geslacht door hunne schuld. Wel hebben zij een naam, maar niet gelijk zij gewenscht hadden. Zoo werpt God de trotschheid van hen, die zich meer aanmatigen dan betaamt, schandelijk ter neder. Hierdoor nu wordt de dwaling weerlegd van hen, die den naam „Babyion van den oppersten god Belus afleiden.

Sluiten