Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is) eenige uitzonderingen toe. „Daarvan zullen wij een voorbeeld vinden in hoofdstuk 48.

6. En Abram trok dat land door. Hier toont Mozes aan, dat Abram, zoodra hij in dat land kwam, niet terstond een verblijf heeft gevonden waar hij kon uitrusten. Want de namen „doortrekken" en „zich neerzetten" toonen aan, dat de reis van langen duur is geweest. Sichem is niet ver van het gebergte „Gerizim", tegen het woeste en uitgestrekte Zuiden. En daarom is het precies alsof Mozes zeide, dat wederom Abrams geloof is beproefd, daar God hem het geheele land liet doortrekken, voordat Hij hem eene vaste standplaats gaf. Was het niet hard, daar God betuigd had, dat Hij zijn gastheer zou zijn, dat hem geen klein hoekje werd aangewezen, om zich daarop neer te zetten ? Maar opdat hij meer zou geoefend worden in zelfverloochening, werd hij gedwongen langs omwegen rond te zwerven. „Elon" vertalen sommigen door „eikenbosch", anderen door „vallei", anderen meenen dat het de eigennaam der plaats is. Ik twijfel er niet aan, of Moreh is de eigennaam der plaats, maar „Elon" vertaal ik door vallei of eikenbosch, niet in dien zin, dat er één boom stond, want het enkelvoud staat hier voor het meervoud. En deze meening acht ik de beste te zijn.

De Kanaünieier nu. Niet zonder reden wordt dit woord over den Kanaanieter er bijgevoegd ; maar omdat het geene lichte beproeving was aan te kloppen bij dit trouvvelooze, slechte en van alle menschelijkheid verstoken volk. Wat kon de heilige man toen anders denken, dan dat hij was overgegeven aan de slechtste menschen, door welke hij spoedig zou vermoord worden, of dat hij een onrustig en ellendig leven zou hebben te midden van voortdurend onrecht en moeite ? Doch het was nuttig, dat hij door zulke middelen aan de hoop op iets beters zich zou gewennen. Want zoo hij welwillend en vriendelijk ontvangen ware in het land Kanaan, zou er niets beters te verlangen geweest zijn, dan als bijwoner daar te leven. Nu wijst God zijne ziel op iets hoogers, opdat hij zeker zou weten, dat hij eenmaal heer en erfgenaam van dat land zou zijn, nadat de inwoners waren uitgedelgd Bovendien wordt hij door onophoudelijke onrust vermaand om op te zien naar den hemel, De aardsche erfenis was hem in 't bijzonder beloofd, en deze zou niet anders aan zijne nakomelingen komen dan ter wille van hem. Hieruit volgt dat de aarde, waarop hij zoo slecht en on-

Sluiten