Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggelijk is de plechtige zegening, die Melchizedek zich aanmatigt, het symbool der hoogste waardigheid. Misschien werpt iemand mij tegen en zegt: goed, hij was priester, maar was Abram ook niet priester ? God laat ons hier iets bijzonders zien in Melchizedek, door hem te stellen boven den vader aller geloovigen. Maar laat ik liever de woorden eerst afzonderlijk verklaren, om daarna de hoofdzaak te beter te kunnen vatten. Dat hij Abram en zijne makkers als gasten ontving, was een koninklijke daad ; de zegening ziet meer op het priesterlijk ambt. Derhalve moeten Mozes woorden aldus in verband worden gezet : „Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn, en daar hij een priester Gods was, zegende hij Abram." Zoo komen beide waardigheden tot hun recht. Met koninklijke mildheid verkwikt hij het vermoeide en uitgehongerde leger, maar als priester zegende hij met eene plechtige zegenbede den eerstgeboren zoon van God en den vader der kerk. Al ontken ik niet, dat dit de oudste gewoonte is geweest, dat de koningen tegelijk het priesterschap waarnamen, toch schijnt dit in Melchizedek iets bijzonders voor dien tijd geweest te zijn. En geen geringe lof wordt hem toegezwaaid, dat zijn priesterschap de goedkeuring des Geestes wegdroeg. Wij weten hoezeer destijds overal de godsdienst bedorven was, want zelfs Abram, die uit het heilig geslacht van Sem en Heber was gesproten, was met zijnen vader en grootvader in den diepsten kuil des bijgeloofs verzonken. Daarom vermoeden velen, dat het Sem geweest is, doch ik ben het niet eens met hen, op grond van vele redenen. De Heere zou immers een man, die eeuwig* in aandenken verdient te blijven, niet met eenen nieuwen, en slechts duisteren naam hebben aangeduid, zoodat hij onbekend bleef. Ook is het niet waarschijnlijk, dat hij uit het Oosten verhuisd zou zijn naar Judeajuit Mozes'verhaal ten minste kan niets daarvan worden opgemaakt. In de derde plaats, als Sem een inwoner van het land Kanaan geweest was, had Abram niet zulke groote omwegen behoeven te maken, gelijk Mozes te voren verhaalde, eer hij zijn stamvader had begroet. Maar van het meeste gewicht is het betoog des Apostels, waarin deze Melchizedek, wie hij ook geweest zij, ons zonder eenige afkomst als uit den hemel gevallen wordt voorgesteld, en waarin zijn naam zonder eenige vermelding van zijn dood verdwijnt. In dezen onbekenden man nu schittert Gods wonderlijke genade

Sluiten