Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chizedek allernauwkeurigst navorscht, _ maakt hij geene 'melding van brood en wijn. Zoo de bewijsvoering van Tertullianus en zijns gelijken waar was, zou het eene (e grootevenvaarloozing geweest zijn, de deelen afzonderlijk, die van weinig gewicht waren, uit te pluizen en aan het voornaamste stuk geen enkel woord te wijden. Maar nu de apostel zoo breedvoerig en nauwkeurig over het priesterschap spreekt, welk een verregaand verzuim zou het dan geweest zijn, het voornaamste offer, waarin de geheele kracht der offerande lag opgesloten, niet aan te stippen ? Nu bewijst Mozes zijne waardigheid uit de zegening en de tienden. Anders ware het passender geweest te zeggen, dat hij niet lammeren of kalveren, maar het leven der wereld (d. i. Christus lichaam en bloed) onder eene gedaante heeft geofferd. Door deze bewijzen wordt het oude verzinsel genoegzaam weerlegd. Zelfs in Mozes' woorden ligt eene duidelijke wederlegging-

Want daarin leest men niet, dat iets is geofferd aan God, maar achtereenvolgens leest men: hij bracht voort brood en wijn, en daar hij priester was van den allerhoogsten God, zegende hij hem.

Wie ziet nu niet in, dat het betrekkelijk voornaamwoord bij beide woorden behoort, en Abram dus zoowel door den wijn is verkwikt als door de zegening is vereerd? Dubbel belachelijk maken zich dus de Roomschen, als zij de aanbieding van brood en wijn op hun misoffer toepassen. Want om aan Melchizedek gelijk te blijven, zal men wel moeten toestemmen, dat in de mis brood en wijn wordt geofferd. Waar blijft dan de transsubstantiatie, volgens welke, behalve bloote gedaanten, niets overblijft? En met welk eene stoutmoedigheid bieden zij Christus' lichaam in hunne offeranden ten offer! Onder welk een gering voorwendsel voegen zij aan Hem, ofschoon de Zone Gods Melchizedeks eenige opvolger wordt genoemd, een onnoemelijk aantal anderen toe ? Wij zien dus, niet alleen hoe ongegrond zij deze plaats bederven, maar ook dat zij zonder eenigen schijn van waarheid beuzeltaal uitslaan.

19. En hij zegende hem. Zoo niet deze twee leden onderling samenhangen „hij was een priester Gods" en „hij zegende" verhaalt Mozes hier niets buitengewoons. Want onderling zegenen de menschen elkander, d. i. ze bidden elkaar het goede toe. Maar hier wordt ons een priester Gods beschreven, die krachtens

Sluiten