Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerucht zijn verbreid, dat hij onder voorgeven van den roof zijns bloedverwants terug te halen, bedacht was geweest op eigen voordeel. En daarom moest hij niet zoozeer om zijns zelfswil waken, als wel uit ijver om de eere Gods, die anders met eenigen blaam van verkeerdheid zou bezoedeld geworden zijn. Bovendien wilde Abram zich met Gods Naam als met een schild dekken tegen alle verlokselen der hebzucht. Want Sodoms koning zou niet hebben nagelaten zijn gemoed met allerlei middelen te beproeven, zoo niet bijtijds aan alle aanslagen der vleierij de pas was afgesneden.

23. Zoo ik van een draad tot een schoenriem toe. De Hebreen hebben een afgebroken vorm van eedzweren, waarbij de inroeping van straf over zichzelven moet bij gedacht worden. Elders komt de volledige uitdrukking in de Schrift voor „Zoo doe mij de Heere, en zoo doe Hij daartoe." 1 Sam. 14 vs. 44. Omdat het vreeselijk is te vallen in de handen van een levend God, en de eerbied bij eeden te meer zou worden in acht genomen, vermaant die verkorte uitdrukking de menschen om goed te overwegen, wat zij doen. Immers, het is alsof zij zich inhouden en midden onder het spreken blijven steken. Dit toch staat vast, dat nooit de menschen lichtzinnig zweren, of zij roepen Gods wraak over hun hoofd in, en maken Hem tot hun vijand.

Opdat gij soms niet zegt. Schoon deze woorden op zich zelf blijk geven van een verheven, al te zeer naar roem dorstend gemoed, zien wij hierin, aangezien Abram door den Heiligen Geest wordt geprezen, eene heilige zielegrootheid. Deze beperkende voorwaarde wordt er bij gevoegd, omdat hij niet wilde, dat zijne mildheid voor zijne bondgenooten nadeelig zou zijn, en hij hen niet wil binden aan zijne bepalingen. Want het is geene geringe deugd, zoo te handelen, dat men anderen niet dwingt naar zijn voorbeeld, als regel te handelen. Laat elk dus toezien, wat zijne roeping meebrengt, en wat zijn plicht is, opdat niet de een den ander door zijne beslissing te voren oordeelt. Want het is eene al te heerschzuchtige trotschheid, als wij anderen als wet willen voorschrijven, wat wij zelf als recht en overeenkomende met onzen plicht doen.

Sluiten