Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geerlijkheden des vleesches geslingerd en op verkeerde paden geleid, en zijn al te zeer verkleefd aan het tegenwoordige leven. Daarom volgt het tweede lid, waarin God betuigt, dat Hij alleen aan alle cischen van een gelukkig leven voldoet. Want loon beteekent zooveel als erfenis of geluk. Zoo deze gedachte in ons gemoed goed was ingeprent, dat in God alleen de hoogste en volkomene br-on van alle goed voor ons is, zouden wij gemakkelijk paal en perk kunnen stellen aan de verkeerde begeerlijkheden, die ons jammerlijk verontrusten. Immers de zin is deze, dat wij dan eerst gelukkig zijn, als wij God tot Vriend hebben. Want hij overlaadt ons niet alleen met allen overvloed van weldaden, maar Hij geeft zichzelven ons te genieten. Want wat zouden de menschen nog meer kunnen verlangen, als ze God bezitten ? David wist, wat deze belofte beteekende, toen hij zich beroemde, dat een heerlijk lot hem ten deel was gevallen, wijl de Heere Zijne erve was. Ps. 16 vs, 6. Niets is echter moeielijker, dan de verkeerde lusten des vleesches te beteugelen, en de goddelooze ondankbaarheid der menschen is zoo gruwelijk, dat God hun nooit genoeg geeft. Daarom noemt de Heere zich niet maar eenvoudig een loon, maar een zeer groot loon, waarmee het ons past meer dan tevreden te zijn. Dit nu is de overvloedigste stof tot vertrouwen en een hechten steun.

Want elk die gelooft, dat zijn leven door Gods hand beschermd wordt, dat hij onder die bescherming nooit ongelukkig zal zijn en in alle zijne zorgen en moeilijkheden naar die haven mag vluchten, zal het beste medicijn vinden voor alle kwalen. Hiermee is niet gezegd, dat de geloovige ï geheel vrij zijn van alle vrees en zorg, zoolang zij door stormen van gevaren en moeilijkheden geslingerd worden ; maar dat de angst in hun gemoed wordt gestild. Evenals Gods hulp krachtiger is dan alle gevaren, zoo overwint het geloof de vrees.

2. God, mijn gebieder. De Hebreeuwsche tekst heeft '"'VT Uit deze benaming leidt men af, dat eenig teeken

der Goddelijke heerlijkheid in dit gezicht is vertoond, opdat Abram zonder te twijfelen aan den oorsprong daarvan, onbevreesd op deze stem zou afgaan. Omdat Satan wonderlijk gevat is in het bedriegen, en met tal van ingevingen op naam van God ons misleidt, moest er bij ware en hemelsche Godspraken een zeker en kenbaar teeken zijn,

Sluiten