Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verbond, dat God te voren met Abram had gesloten daarom niet aan, omdat de vermelding daarvan overbodig zou zijn voor de zaak, waarover het ging.

Derhalve gelden beide redenen, waarom Abram geene gerechtigheid uit het verbond der wet kon krijgen, n.1. omdat de besnijdenis voorafging, en vervolgens omdat zelfs bij den allervolmaakste de gerechtigheid voortdurend in het geloof ligt, wijl Abram met al de voortreffelijkheid zijner deugden, na lange en niet minder bijzondere gehoorzaamheid aan God, toch door het geloof gerechtvaardigd is. Want ook dit is ten slotte opmerkelijk, dat wat van een man hier gezegd wordt, op alle kinderen Gods wordt overgebracht.

Want aangezien hij niet zonder oorzaak „Vader der geloovigen" is genoemd, en er geene andere manieren zijn om de zaligheid te verkrijgen, leert Paulus terecht, dat hier eene werkelijke en niet eene persoonlijke gerechtigheid wordt beschreven.

7. Ik ben de Heere, Die. Het is voor ons van het grootste belang gedurende ons geheele leven God tot Leidsman te hebben en te weten, dat wij niet zoo maar den een of anderen twijfelachtigen weg zijn ingeslagen. Daarom bevestigt de Heere Abram in zijne roeping, en herinnert hem aan de weldaad zijner eerste bevrijding. Het is, alsof Hij zeide, nadat ik de hand tot u uitgestrekt heb, om u te rukken uit de kaken des doods, ben ik met mijne genade tot op dit oogenblik u bijgebleven. Uwerzijds verwacht ik daarom standvastige volharding en vast geloof van het begin tot het einde. Dit wordt echter niet alleen met het oog op Abram gezegd, opdat hij door het aanvaarden der beloften Gods van den aanvang zijns geloofs af een man uit éen stuk zou zijn, maar ook opdat alle vromen zouden leeren, den aanvang hunner roeping af te leiden van hunnen gemeenschappelijken vader Abram, en aldus met Paulus (2 Tim. 2 : 12) in volle verzekerdheid zouden roemen, dat zij weten, in wien zij geloofd hebben, en dat God, die in Abrams persoon zich eene kerk heeft verzameld, het bij Hem weggelegde pand der zaligheid getrouw zal bewaren. Uit hetgeen de Heere te dien einde verhaalt, dat Hij Abrams bevrijder geweest is, blijkt, dat Hij de belofte, die Hij nu van plan is te geven, vastknoopt aan de eerste uitleiding. Hij zegt als het ware, dat ik u dit land beloof, geschiedt thans niei vjor de eerste maal. Want

Sluiten