Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet tot voorbeeld mogen stellen. Al hebben Ezechiël en Gideon zekere wonderen gevraagd, daarom past het ons nog niet tegenwoordig hetzelfde te beproeven. Wij moeten tevreden zijn met de wijze van verzekering, die de Heere heeft gemeend voor ons te moeten uitkiezen.

9. Neem mij een kalf. Anderen vertalen „driejarig kalf" door „drie kalveren" en van elke soort van dieren, nemen zij een drievoudig getal. Dj gedachte, dat dit woord op den leeftijd ziet, is echter meer algemeen. Ofschoon God zijnen knecht niet wil weigeren, wat hij vraagt, zoo wacht Hij zich toch iets te geven, dat aan de begeerte des vleesches zou voldoen. Want wat voor zekerheid ligt er in het slachten van een rund een geit en een bok? Want de afloop van de offerande, waarbij wij straks zullen stilstaan, was tot hiertoe voor Abram verborgen. Dat hij daarom zonder tegenspraak aan Gods bevel gehoorzaamt, zonder de bedoeling daarvan te verstaan, is een bewijs zijner geloofsgehoorzaamheid, en daaruit blijkt, dat hij geene andere bedoeling heeft gehad dan na wegneming van zijn bezwaar eerbiedig te berusten in 's Heeren woord, gelijk hem betaamde. Laten wij dus hieruit leeren, den steun, die God ons tot versterking van ons geloof aanbiedt, rustig aan te nemen, ook al beantwoordt die niet aan onze verwachting, en schijnt deze met ons den spot te drijven, tot dat ten slotte in de uitkomst blijkt, dat Hij van niets afkeeriger is geweest dan van spotternij.

10. En hij deelde se door midden. Enkele uitleggers geven zich moeite in het uitdenken van spitsvondigheden, opdat toch geen enkel deel van dit offer zonder verborgene beteekenis zou zijn. Maar wij hebben ons toe te leggen op matigheid, gelijk ik reeds eene vorige maal heb gezegd. Waarom Abram bevel kreeg drie soorten van dieren te nemen behalve de vogels, beken ik niet te weten, of het moest, zijn om daar die verscheidenheid te getuigen, dat alle nakomelingen van Abram, van welken rang ook ten offer moesten komen, opdat uit het geheele volk in al zijne geledingen, ééne offerande zou voortkomen. Er zijn ook nog andere gevoelens, doch ik schaam mij niet mijne onwetendheid te bekennen, zoo iemand nieuwsgierig naar den aard daarvan vraagt, want ik lub geen lust, mij in onzekere bespiegelingen te begeven. Dit is naar mijn oordeel de hoofdzaak, dat God beveelt die dieren te dooden, en hem toont hoe-

Sluiten