Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doordat God echter de verachters alleen met straf bedreigt, besluiten wij daaruit dat kinderen er geen schade van gehad hebben, als ze vóór den achtsten dag onbesneden stierven. Want de belofte Gods alleen was krachtig genoeg tot hunne zaligheid. Niet zoo toch heeft Hij die belofte met uitwendige teekenen bezegeld, dat Hij daaraan hare kracht bond. Ook sluit Mozes alle tegenspraak hierin uit door de reden er bij te voegen, dat ze Gods verbond ijdel zouden maken.

Voorts weten wij, dat het Verbond niet is geschonden, als de mogelijkheid om zich te laten besnijden was afgesneden. Laten wij dus in het oog houden, dat de zaligheid van Abrahams zaad in dat woord lag besloten : „Ik zal de God uws zaads zijn." Schoon nu de Besnijdenis bij wijze van verzegeling er bij kwam, toch ging dit niet zoo ver, of de kracht en de uitwerking lag in het woord. Maar omdat het den menschen niet vrijstaat te scheiden, wat God heeft samengevoegd, kan niemand het teeken verachten of verwaarloozen, zonder het woord te verwerpen, en zich van de daarin aangebodene zegening te berooven.

Daarom heeft God enkel de verwaarloozing zoo streng gestraft. Maar als soms kinderen door den dood van de teekenen der zaligheid waren uitgesloten, spaarde God hen, omdat ze niets te kort deden aan het verbond Gods. Dezelfde regel nu geldt tegenwoordig in den Doop. Al wie met verachting des Doops waant genoeg te hebben aan de belofte alleen, versmaadt zooveel hij maar kan Christus' bloed, of laat althans niet toe, dat het vloeit tot reiniging zijner kinderen. Zoo volgt op de verachting van het teeken de rechtmatige straf, het missen der genade, omdat door de goddelooze mishandeling, of liever verscheuring van teeken en woord, Gods Verbond wordt ontheiligd.

Die kinderen echter naar 't verderf te verwijzen, die door plotselingen dood niet ten Doop konden gehouden worden, zonder dat eenige verwaarloozing der ouders tusschenbeide trad is wreedheid, die voorkomt uit bijgeloof.

Of de belofte zich ook over hen uitstrekt, is volstrekt niet twijfelachtig. Wat toch is meer ongerijmd, dan dat hare kracht werd geroofd door een teeken, dat tot bevestiging aan haar is toegevoegd ? En daarom moet het algemeen gevoelen volgens hetwelk de Doop voor noodzakelijk wordt gehouden tot zaligheid, zoo worden gematigd, dat Gods genade en de kracht

Sluiten