Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Derhalve zeide de Heere: „Het geroep van Sodom en Hamorah is zeer vermenigvuldigd en hunne zonde is zeer zwaar.

21. Thans zal Ik afgaan en bezien, of zij volgens den roep daarvan, die tot mij gekomen is, de maat vol hebben gemaakt, en zoo niet, Ik zal het weten."

22. En de mannen wendden zich vandaar en gingen naar Sodom ; maar Abraham bleef nog staan voor het aangezicht des Heeren.

23. En Abraham naderde en zeide : „Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddelooze verdoen ?

24. Als er misschien vijftig rechtvaardigen in de stad zijn, zult Gij ze dan ook verderven, en zult Gij de plaats niet sparen, wegens de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn ?

25. Het zij verre van U zoo iets te doen, dat Gij den rechtvaardige laat omkomen met den goddelooze, en de rechtvaardige zij gelijk de goddelooze. Het zij verre van U ! Zoude de Richter van de geheele aarde geen recht doen ?"

26. En de Heere zeide : „Als ik in Sodom vijftig rechtvaardigen vind binnen de stad, zal Ik om hunnentwille de geheele plaats sparen."

27. En Abraham antwoordde en zeide: „Zie, nu ben ik begonnen te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en asch ben.

28. Zoo er misschien aan de vijftig rechtvaardigen vijf zullen ontbreken, zult Gij dan om die vijf de geheele stad verderven ?" En Hij zeide : „Ik zal ze niet verderven, zoo Ik daar vijf en veertig rechtvaardigen vind."

29. En hij ging nog voort met Hem te spreken, en zeide: „Als daar soms veertig zullen worden gevonden." En Hij zeide : „Ik zal het niet doen wegens de veertig."

30. En hij zeide: „Laat er nu geen toorn bij mijnen Heere zijn, als ik zal spreken. Misschien zullen aldaar dertig gevonden worden." En Hij zeide: „Ik zal ze niet verderven als Ik daar dertig vind."

31. En hij zeide : „Zie, nu ben ik begonnen te spreken tot den Heere. Misschien zullen aldaar twintig gevonden worden." En Hij zeide : „Ik zal ze niet verderven om der twintigen wille."

Sluiten