Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32. En hij zeide: „Laat er geen toorn bij mijnen Heere wezen en ik zal alleenlijk nog ditmaal spreken. Als er soms daar tien zullen gevonden worden". En Hij zeide: „Ik zal ze niet verderven om der tienen wil".

33. En Jehova ging weg, toen Hij geëindigd had tot Abraham te spreken, en Abraham is wedergekeerd naar zijne plaats.

1. En de Heere verscheen hem. Het is onzeker, of Mozes zegt, dat later God weder aan Abraham is verschenen, dan óf hij, de voorgaande geschiedenis voorzettende, andere omstandigheden te kennen geeft, waarvan nog geene melding was gemaakt. Toch komt het eerste mij het meest waarschijnlijk voor, dat God het hart Zijns knechts door eene nieuwe verschijning heeft versterkt, gelijk het geloof der heiligen nu deze en dan weer andere hulpmiddelen noodig heeft. Ook kan het gebeurd zijn, dat ter wille van Sarah de belofte werd herhaald. Of wilde God op deze wijze de grootheid der genade laten uitkomen?' Want dit kan niet genoeg naar waarde worden geroemd, dat Izaak wordt beloofd, uit wien eenmaal voor de wereld verlossing en zaligheid zou te voorschijn komen. Wat hiervan ook zij, wij zien dat er reden geweest is, waarom Izaak wederom werd beloofd. Over het woord Mamre heb ik in' het dertiende hoofdstuk gesproken. Het is waarschijnlijk, dat daar het eikenbosch geweest is, waar Abraham een geschikte gelegenheid had om te wonen.

2. En zie drie mannen. Voordat Mozes tot het voornaamste stuk overgaat, beschrijft hij ons de gastvrijheid van den heiligen man, en noemt „Engelen" mannen, omdat zij in menschelijke lichamen zich niet anders gedroegen, dan alsof ze menschert waren. En dit is met opzet geschied, opdat hij, door hen als menschen te ontvangen, zijne liefde zou toonen.

Want Engelen hebben geene behoefte aan onze diensten, die de ware blijken van liefde zijn. Voorts neemt de gastvrijheid, aan hen bewezen, met recht een voorname plaats in, omdat het geene gewone deugd is, om onbekende menschen, van wien geene vergelding is te wachten ter wille te zijn. Want gewoonlijk beoogen de menschen, als ze zich aan anderen opdringen, meestal wederdiensten. Maar hij, die jegens gastvrienden al

Sluiten