Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk dit tc herhalen. Alleen dit is de moeite waard om op te merken, dat de Heere Zijn Woord zoo kostbaar acht, dat Hij als tegenwoordig wil beschouwd worden zoo dikwijls Hij door Zijne dienaren spreekt.

Zoo dikwijls God zich aan de Vaderen openbaarde is Christus de tusschenpersoon geweest. Hij stelt niet slechts ten aansien van het woord God voor, maar is ook waarlijk en wezenlijk God. Wijl nu naar menschelijk oordeel Sarah's lachen niet te berispen was, verklaart Mozes uitdrukkelijk, dat haar lachen door God werd berispt. Dit wordt ook bevestigd door de omstandigheden, n.1., dat de tent achter de Engelen was, en Sarah bij zichzelve, zonder dat het van anderen gezien werd, lachte. De berisping toont, dat Sarah's lachen met ongeloovigheid gepaard is gegaan. En dit gevoelen is van geen geringe beteekenis.

„Of kan er voor den Heere iets wonderlijks zijn ?" De Engel verwijt aan Sarah dat zij Gods macht binnen de grenzen van hare zintuigen heeft beperkt. In deze woorden ligt dus eene tegenstelling tusschen de groote kracht Gods en de enge grens, welke Sarah door vleeschelijke overlegging had getrokken. Enkelen vertalen het woord i"P3 kalah door „verborgen", alsof de Engel te kennen gaf, dat God in niets verborgen is. De zin is echter anders n.1., dat Gods mogendheid niet naar menschelijk begrip moet afgemeten worden. Want het is geen wonder, als wij in moeilijke zaken te kort schieten, of onder de lasten bezwijken, maar Gods wijze van doen is geheel anders, daar Hij van uit de hoogte neerziet op die dingen, die door hunne grootheid ons verschrikken. Nu zien wij, van welken aard Sarah's zonde was. Zij deed God onrecht door Zijne onmetelijke macht niet te erkennen. En ja, zoo is het, God wordt door ons beroofd van Zijne kracht, zoo dikwijls wij Zijne woorden wantrouwen. Op het eerste gezicht zou men zoo zeggen, dat Paulus maar weinig lof toezwaait aan Abrahams geloof, als hij zegt, dat hij niet heeft aangemerkt zijn lichaam, dat aireede verstorven was, maar Gode de eer heeft gegeven, overtuigd dat Hij kon doen, wat Hij beloofd had. Rom. 4 vs. 10. Maar als wij een nauwkeurig onderzoek instellen naar de bron van ons wantrouwen, zullen wij bevinden, dat wij daarom twijfelen aan Zijne beloften, omdat wij kwaadwillig iets afdoen van Zijne macht. Want alsof het voor ons fabelachtig is, wat God belooft, komt, zoodra eenige

Sluiten