Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan, maar voor het aangezicht Gods; want hoewel hij met zijne oogen gestalten van menschen zag, door het geloof zag hij God. Deze woorden van Abraham toonen genoegzaam aan, dat hij niet heeft gesproken als met sterfelijke menschen. Daaruit besluiten wij, dat wij verkeerd doen, als wij bij de uitwendige teekenen, waardoor God zich openbaart, blijven staan, of als deze ons verhinderen rechtstreeks tot Hem te gaan. Wel zijn wij van nature geneigd tot deze ondeugd, maar daarom moeten wij des te meer worstelen om door het geloof tot God te worden opgeleid, opdat niet de uitwendige teekenen ons op de wereld terughouden. Voorts nadert Abraham tot God met eerbied, hij stelt zich niet minachtend tegenover God, alsof Hij het recht bezat van tusschenbeiden te treden, maar hij bidt smeekend, en elk zijner woorden toont hoe groot de nederigheid en bescheidenheid van den heiligen man geweest is. Wel stem ik toe, dat de heiligen nu en dan door hun vleeschelijk gevoel worden meegesleept en zich niet wachten verkeerdelijk tegenover God te gaan staan. Hier echter dwingt Abraham God, terwijl hij binnen de perken der bescheidenheid blijft, en hem ontvalt niets dat berisping verdient. Men houde echter in het oog, door welke genegenheid Abraham werd gedrongen, zijne gebeden voor de Sodomieten tusschen beide te stellen. Enkelen meenen, dat hij meer bezorgd is geweest voor het behoud van zijn neef alleen, dan voor Sodom en de overige steden, maar dat hij door zedigheid is weerhouden, om met voorbijzien van dit groote volk, met name te vragen, dat hem het leven van één man zou worden geschonken. Maar het is zeer onwaarschijnlijk, dat hij zoozeer heeft geveinsd. Ik ten minste twijfel er niet aan, of hij is door medelijden met al die vijf volken tegelijk bewogen, om tot God te naderen, ten einde het oordeel af te bidden. Als wij toch alles overwegen, had hij groote redenen, waarom hij dit deed. Pas had hij hen gerukt uit de hand der vijanden, nu hoort hij plotseling dat zij moeten verdelgd worden. Daaruit kan worden afgeleid, dat die oorlog lichtzinnig was ondernomen, en zijne overwinning van Godswege was vervloekt, alsof hij tegen Gods wil voor onwaardigen en misdadigers de wapenen had opgevat. Deze gedachten konden hem niet weinig kwellen. Bovendien was het moeilijk te gelooven, dat zij allen zoo ondankbaar waren, dat geene herinnering aan de pas ontvangen vrijheid bij hen voortleefde. Maar het

Sluiten