Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot kind, die alleen kan worden toegeschreven aan Gods genade. Die dus Gods werk in Izaaks geboorte behoorlijk en voorzichtig wil nagaan, moet noodzakelijk bij de belofte beginnen. Ook ligt er een sterke nadruk op de herhaling : „de Heere handelde met Sara, naardat Hij gesproken had." Immers, die zin houdt de lezers als met uitgestrekte hand tegen, opdat zij bij de beschouwing van zulk een groot wonder stil zouden staan. Intusschen roemtMozes de trouwe Gods, alsof Hij zeide, dat God nooit met ijdele beloften de menschen bedriegt, en dat Hij niet minder waarachtig is in het geven van hetgeen Hij beloofde, als in het beloven zelf, mild en vrijgevig.

2. Zij baarde aan Abraham. Dit is volgens de gewone spreekwijze gezegd, omdat eene vrouw nooit geslachtshoofd is, noch eigenlijk voor zichzelve baart, maar aan den man. Het geen volgt, verdient echter meer opmerking : „in zijnen ouderdom, en op den vastgestelden tijd", dien God had voorspeld. Abrahams ouderdom luistert de heerlijkheid van het wonder niet weinig op. En nu roept Mozes ons ten derden male terug naar het woord Gods, opdat ons steeds de standvastigheid zijner waarheid in het oog zou vallen. Schoon nu de tijd gemeenschappelijk was voorzegd aan Abraham en zijne vrouw, wordt deze met name toegekend aan den heiligen man, omdat terwille van hem voornamelijk de belofte was gegeven- Toch vindt men beiden afzonderlijk in het vervolg.

3. En Abraham noemde zijnen naam. Mozes bedoelt niet dat hij den eersten oorsprong van dien naam is geweest, maar dat hij zich gehouden heeft aan den naam, die te voren door den Engel was gegeven. Doch deze gehoorzaamheid was lofwaardig, omdat hij niet alleen Gods woord goedkeurde, maar ook zijne taak als dienaar Gods volvoerde, want hetgeen de Engel bij hem in bewaring had gegeven, heeft hij door zijne openlijke bekendmaking voor aller oog verheerlijkt.

4. En hij besneed. Dezelfde lijn van gehoorzaamheid volgt Abraham, als hij zijnen zoon niet spaart. Want schoon het hard voor hem was, het zwakke lichaampje van zijn kind te wonden, toch gehoorzaamt hij aan Gods woord met wegredeneering van menschelijk gevoel. Nu verhaalt Mozes, dat het geschied is, gelijk bevolen was door den Heere, omdat er niets hoogers is dan het eenvoudige woord Gods tot regel te houden, en niet wijzer te zijn, dan het betaamt.

Sluiten