Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbond tusschen Abraham en Abimelech, opdat wij zouden weten, dat na allerlei verontrusting den heiligen man eindelijk eenige rust is gegeven. Meer dan zestig jaren lang was hij genoodzaakt door zijn onzeker rondzwerven gedurig zijne tent op te breken. Hoewel de Heere hem tot aan zijnen dood als vreemdeling wilde laten rondzwerven, schonk Hij hem toch onder koning Abimelech eene rustige woonplaats. Ook ligt het in Mozes' bedoeling aan te toonen, hoe het kwam, dat hij deze eene plaats langer dan gewoonlijk behield. Men lette ook op de tijdsomstandigheden, want kort geleden had hij zijnen zoon weggezonden. Want dit schijnt een troostmiddel te zijn tegen zijne groote droefheid, dat hij eenige verlichting kreeg van aanhoudende moeilijkheden, opdat hij zich te meer zou verheugen, en rustiger zich zou bezig houden met het opvoeden van zijnen jeugdigen zoon Izaak. Toch is het zeker, dat dit verbond hem niet in elk opzicht welkom geweest is, want hij begreep daaruit, dat hij het voorwerp was van afgunst en dat er velen in die streek waren, bij wie hij in kwaden reuk stond en gehaat was. De koning kwam er tenminste rond voor uit, dat hij hem verdacht hield. Toch was het eene groote eer, dat de koning dier plaats uit eigen beweging tot een vreemdeling ging, om een verbond met hem te sluiten. Men vraagt echter, of dit verbond op billijke conditiƫn is gesloten, gelijk dit tusschen bondgenooten pleegt te geschieden. Ik voor mij twijfel er niet aan, of Abraham heeft aan den koning de verschuldigde eere bewezen, en het is niet waarschijnlijk, dat de koning van plan is geweest iets aan zich te ontrekken en op Abraham over te dragen. Hoe dan ? Schoon hij hem een vrije woonplaats toestond, wilde hij toch door een eed hem aan zich verbinden.

God is met U in alles. Hij houdt eene vriendelijke en vleiende aanspraak ; hij beschuldigt Abraham niet, hij klaagt niet, dat hij in eenigen dienst is bedrogen, maar zegt, dat hij zijne vriendschap komt zoeken. Toch ligt het in zijne bedoeling op zijn hoede te zijn tegen Abraham.

Men zal echter vragen, hoe komt hij tot die verdenking of vrees voor een vreemd en bovendien deugdzaam en bescheiden man. Ten eerste weten wij, dat goddelooze menschen dikwijls zonder reden ongerust zijn, zoodat zij zelfs in kalme tijden beangst zijn. Ten tweede was Abraham een eerbiedwaardig man, het getal zijner huisknechten was gelijk aan een

Sluiten