Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANVULLINGEN EN VERBETERINGEN.

Op blz. 5 regel 6' van onder staat: non. 18en 19, lees: nös. 17 en 18 „ „ 7, noot, laatsten regel „ no. 151, „ no. 158. „ „ 12, regel 15 van boven „ a. 25 A.B. ■„ a. 26 A.B. „ „ / 7, noot') regel 5 „ Darkinderen Der Kinderen. „ „ 35 dient de noot aangevuld te worden met deze aanteekening: „Men is sedert eenigen tijd doende, om het Nederlandsch onderdaanschap geheel zelfstandig te regelen, en niet speciaal in verband met een of andere algemeene verordening. De „Nederlandsche onderdanen" zullen dan eerie kategorie van personen vormen, die in inniger betrekking tot den Nederlandsellen Staat zullen worden gebracht dan de tegenwoordige niet-Nederlandsche „ingezetenen" der koloniën. Te wenschen ware het, dat bij deze regeling liet. ingezetenschap tot grondslag werd genomen; waarschijnlijk zal dan de ,,geboorte in de koloniën uit aldaar gevestigde ouders" wel het hoofdcriterium vormen. — Behalve in de genoemde gevallen, treft men deze omschrijving nog aan in a. 1 Sbl. 1864 no. 194 (regelende de vereischten van benoembaarheid tot burgerlijk ambtenaar in Ned.-Indië), en in a. U L. li. O. (Sbl. 1905 no. 181).

Op blz. 37, regel 7 van onder, staat: a. 32 A.B., lees: a. 33 A.B. » ». 39, „ 3 „ boven, en| .

, 8 , onder | ' S,cb' L ' AJS'

„ „ 49 moeten de zes laatste regels, vanaf ,, Vandaaten » „ 50 de vier eerste regels vervallen. Daarvoor in de plaats leze men thans het navolgende:

„Vandaar dat onlangs, nl. bij Sbl. 1907 no. 455, in het I. 1\'. een nieuw artikel 323a is ingelascht, luidende: „De doodstraf wordt ten uitvoer gelegd teii overstaan van den Resident of van een door dezen daartoe aan te wijzen ambtenaar, en steeds in dier voege, dat de

Sluiten