Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor het strafrecht immers komt het op de norm als zoodanig weinig aan, daarentegen alles op het delict; want hierdoor wordt als het ware de voorwaarde omschreven voor de stratbevoegdheid van den Staat.

Heeft men nu de al dan niet strafwaardigheid van eene bepaalde handeling te beoordeelen, m. a. w. heeft men te beoordeelen, of de voorwaarden al dan niet aanwezig zijn om eene bepaalde handeling te mogen straffen, zoo heeft men deze slechts te toetsen aan de wettelijke omschrijving der strafbare handeling en te zien, of zij al dan niet in die omschrijving valt. ')

Het is gemakkelijk in te zien, dat men bij administratieve regelingen anders te werk dient te gaan. Daarbij toch komt liet in de voornaamste plaats op eene duidelijke omschrijving der verschillende normen aan. Dit wordt in administratieve verordeningen en politiekeuren dan ook in den regel gedaan, tej wijl men de strafbepalingen op de overtreding der normen gewoonlijk aan het slot aantreft. Zie b.v. de mijnordonnantie (•Stbl. 1906 No. 4;»4), artt. 578 v.v. Hierbij moet men dus het delict construeeren uit de norm.

Soms vindt men do stratbepaling in eene andere algemeeno verordening als de norm; zoo b.v. vindt men de strafbepaling op de norm van a. <j 1. R. in art. 07 Swb. Inl. en art. ;i No. 4 Pol. Inl.; zoo vinden de normen van Stbl. 1897 No. 61 (liet boschreglement) hare sanctie in Sbl. 1875 No. 216, hetwelk ook verschillende boschdelicten inhoudt waarvan de norm niet in het boschreglement te vinden zijn. 2)

Zelfs vindt men af en toe strafbedreigingen op de overtreding van eene norm, welke nog moet worden vastgesteld; uien kan ze blanco-ntrafbedreigingen noemen. De vaststelling der nonnen wordt in dergelijke gevallen veelal aan eene andere autoriteit overgelaten. Een voorbeeld vindt men in „ten tweede" van Sbl. 1904 No. 202 jo. Sbl. 1905 No. 167;

') Hier wordt reeds thans de aandacht gevestigd <>]> de dubbele beteekcnis van liet woord delict of .„strafbaar feit. Men gebruikt liet nl.. zooals nit den tekst blijkt, zoowel voorde concrete handeling, waardoor eene norm in werkelijkheid overtreden wordt, als voor de abstracte, wettelijk als normovertreding gequalificeerde handeling.

2) Verg. ook art. 88 v. 11. R.

Sluiten