Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tweede mogelijke recleneering, die a contrario, staat daar lijnrecht tegenover, en zegt,: „omdat de wet voor b deze bepaalde regeling uitdrukkelijk heeft vastgesteld, wil zij daarmede te kennen geven, dat zij deze uitsluitend op geval b toegepast, en juist niet tot andere soortgelijke gevallen uitgebreid wenscht te zien".

Welke van deze redeneeringen moet men nu volgen?

Deze vraag kan men slechts beantwoorden, door de regeling b in het systeem der wet haar juiste plaats aan te wijzen. Men gaat dan na, of zij in dat systeem als toepassing van een algemeenen regel bedoeld is, dan wel juist als uitzondering; in het eerste geval zal zij tot soortgelijke gevallen analogisch mogen worden uitgebreid, in het tweede geval niet, zal zij m. a. w. in strikten zin moeten worden opgevat. B.v. in eene societeit staat, aangeplakt: „Verboden honden mede te nemen"; zou men dan katten wèl mogen meenemen? Neen, omdat dit verbod blijkbaar eene toepassing is van het uit het systeem van alle societeitsstatuten blijkende, niet uitdrukkelijk vastgestelde algemeene verbod, om dieren mee te nemen, aangezien het sociëteitsgebouw daarvoor niet de plaats is. Daar dit algemeen verbod slechts t. a. v. honden wordt overtreden, is het voldoende om slechts voor deze dieren een uitdrukkelijk verbod uit te vaardigen, hetwelk c. q. analogisch t. a. v. alle andere dieren mag worden uitgebreid. Geheel anders echter moet men redeneeren t. a. v. het door het bevoegd gezag uitgevaardigd verbod, om gedurende een bepaalden tijd honden zonder muilkorf op den openbaren weg te laten losloopen.

§ 17. strikte uit- Uit het bovenstaande, in verband met den in §3 behandellegging v. strafbe- den rechtsregfel, blijkt ten duidelijkste, dat wetsbepalingen, waarbij palingen. strafbaar gestelde normen zijn vastgesteld, zoowel wat de norm, als wat de straf betreft, steeds in strikten zin moeten worden uitgelegd. Immers, geene gedraging hoe onzedelijk zij ook moge zijn, kan in het algemeen gestraft worden.

Elke als delict gequalificeerde gedraging vormt derhalve eene uitzondering op dezen regel; slechts die gedraging is strafbaar, die uitdrukkelijk als zoodanig door den wetgever is aangeduid.

Indien b. v. een schuldenaar de door hem in pand gegeven zaak arglistig van zijn schuldeischer wegnam, zoo zou men

Sluiten