Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de tweede plaats dient in het oog gehouden te worden dat sedert 1848 deze „inlandsche wetten" slechts t. a. v. de nonnen voor toepassing 111 aanmerking kwamen, daar Bepp. Swg. ook voor Inlanders liet strafstelsel had geregeld.

Ten derde verdient opgemerkt, dat de delicten, in Bepp. Swg. vervat, óók voor Inlanders golden, wat mede gezegd kan worden van de meeste der vóór 1848 wettelijk geregelde delicten en andere bepalingen betreffende strafrecht. Immers, voorzoo verre zij niet speciaal voor Europeanen vastgesteld waren, moesten zij ook op Inlanders (en vr. Oosterl.) ') worden toegepast; bovendien waren voor dezen ook speciale bepalingen gemaakt. De bron hiervoor werd nog altijd gevormd door de z.g.n. ,,Bataviasche Statuten" van 1(542, 2) alwaar liet Roomsch-Hollandsch ïcchl uitdi ukkelijk als aanvullend recht werd aangewezen, en verder door de na 1642 uitgevaardigde plakaten en verordeningen.

ITit een (>11 ander blijkt, dat voor toepassing der „inlandsche wetten" niet veel ruimte meer overbleef, en dat, voorzoover geene speciale wettelijke bepalingen voor Inlanders golden, dezen tefi aanzien van het strafrecht vrijwel in denzelfden iechtstoestand verkeerden als de Europeanen.

§21. De totstand- Deze rechtstoestand was, zooals genoegzaam uit het bovenr—:«e bl«kt> alles behalve zooals hij wezen moest. Maar het enAig. Poiitiestraf- heoft voor <l*' Europeanen tot 1867, en voor de Inlanders tot reglementen. 187.> geduurd, alvorens daarin eene verandering ten goede

werd gebracht. Toen men er niet in slagen kon, om alhier; i een behoorlijk strafwetboek te ontwerpen, werd eerst in 1856, en ten slotte in 1860 in Nederland eene commissie benoemd, waaraan werd opgedragen om: „ter voorziening in de behoefte van een strafwetboek voor Jtfederlandsch Indië zich te belasten met het voordragen van zoodanige wijzigingen en aanvullingen van den Code Pénal van 1810, als de eigenaardige toestand der Nederlandsch-Indische bezittingen en de in het Fransche wetboek hier te lande reeds gebrachte wijzigingen

') Men herinnere zich, dat wij onder „Inlanders" altijd tevens de „Vreemde Oosterlingen begrijpen.

2) Opgenomen in Lion's „Verzameling"; verder ook uitgegeven in deel II van Mr. v. cl. Chijs' ,,Plakaatboek".

Sluiten