Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

objectief recht worden beoordeeld. ') In hoeverre nu gevolgen dier verkregen rechten nog door het oude, in hoeverre «loor het nieuwe recht worden beheersoht, vormt het eigenlijk gezegde onderwerp, dat door overgangsbepalingen moet worden geregeld.

Onder overgangsbepalingen worden verder ook nog verstaan de zoodanige, die ten doel hebben, eenig gedeelte der nieuwe wetgeving tijdelijk buiten toepassing te laten, en daarvoor in de plaats ót de bestaande regeling zoolang te handhaven, óf eene speciale regeling van tijdelijken aard te doen treden.

Bij de invoering van het Stwb. lal. werden er dan ook invoerings-, en overgangsbepalingen gemaakt. De invoeringsbepalingen vinden wij in de „slotbepalingen" van dat wetboek (artr. 387 392), terwijl in zes afzonderlijk aan het Stwb. Inl. toegevoegde artikelen de overgangsbepalingen zijn opgenomen (verkort: Ov. Stwb.).

§25. invoerings- Bij de invoeringsbepalingen van het Stwb. Inl. nu wordt bepalingen van het het bindend gezag afgeschaft van :

s,wb-lnL "■ het Inlandse!) recht vervat in de z.g.n. „Inlandsehe wetten"

van a. 25 A. B.

/>. het oud-Hollandsch recht.

c. het Romeinsch recht (a. 387 Stwb. I.).

Deze drie soorten van recht vertegenwoordigden hier, naai wij zagen, het milt-wettelijk, het z.g.n. ongeschreven recht: zij

') Deze regel is logisch. Immers, liet den Staat of den mensehen toekomend subjectief recht steunt geheel op het objectief recht, hetwelk gold tijdens liet ontstaan van hetsubj: recht. I er beoordeeling van eenig subj: recht zal het tijdens de verkrijging geldend obj: recht dus ten eeuwigen dage toegepast moeten worden. Tenzij eene nieuwe wetsbepaling van terugwerkende kracht wordt verklaard hetwelk echter zelden gebeurt, en alsdan de beteekenis lieeft, dat de gedurende den tijd der terugwerking* verkregen rechten den rechthebbenden worden ontnomen, of' door andere vervangen. Dit ontnemen van verkregen rechten kan ook op andere wijze geschieden, zooals b.v. in de overgangsbepaling van de wet op het Nederlanderschap t. a. v. de Inlanders is gebeurd. Daar werden nl. allen, die volgens de reeds bestaande bepalingen den staat van Nederlander bezaten, ook voortaan als zoodanig erkend, uitgezonderd de Inlanders en d. </. g.

Verder zij nog opgemerkt, dat a. 2. A. B. dus slechts den rechter, niet den wetgever bindt. De verleening van terugwerkende kracht aan eene wet behoeft niet altijd eene onbillijkheid te beteekenen. Men bedenke, dat ook de Staat subjectieve rechten heeft en daarvan ten behoeve zijner onderdanen afstand kan doen, zooals weieens in belastingverordeningen geschiedt, en ook zooals wij zullen zien, t. a. v. het strafrecht.

Sluiten