Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strafrechtsgebied uitdrukkelijk gehandhaafd, ook al voorziet het Swb. I. in de daarbij geregelde onderwerpen. M. a. w.: ten aanzien van militairen geldt zonder eenige restrictie de regel: „de speciale wet derogeert aan de algemeene". Het strafrecht voor de militairen der landen zeemacht wordt nl. dooi- de desbetreffende speciale Nederlandsche (hier van toepassing verklaarde) wetboeken beheerscht. De algemeene Sw. boeken zijn op militairen slechts van toepassing t. a. v. die onderwerpen, waarin militaire strafbepalingen niet voorzien ')

De twee laatste artt. van het Swb. I. houden twee op zich zelf staande bepalingen in, waarvan de laatste geen invoeringsbepaling vormt. Vooreerst dan zegt a. 891 dat bij de toepassing van bestaande en gehandhaafde wettelijke bepalingen het afgeschafte begrip van „lijf- en onteerende straffen" ten aanzien der daaraan vastgeknoopte gevolgen zal verbonden worden aan de vier zwaarste strafsoorten van het Stwb. I.

En ten slotte bepaaldt a. 392, dat onder „openbare ambtenaren" in het Stwb. begrepen zijn alle Inlandsche hoofden die wettig gezag over de inheemsche bevolking uitoefenen; speciaal heeft men hierbij (voor Java en Madura) de desa-hoofden op het oog.

§ 26. Overgangs- Van de overgangsbepalingen is art. 2 van geenerlei betee-

jaiingen van het kenis meer; artt. 3, 4 en 5 zullen in het volgend hoofdstuk.

Sicb. Int. bij de behandeling der straffen, besproken worden; zoodat wij

Omvang v. d wer-.^ thans slechts met het eerste en het laatste artikel zullen kmg der strafwet

naar den tijd. bezighouden.

Art. b Ov. Stwb. handhaaft de bestaande voorschriften ten aanzien van misdrijven door middel van de drukpers gepleegd, en wel tot nadere voorziening. Tot nog toe is daarin evenwel nog niet nader voorzien, zoodat. de bepalingen van het drukpersreglement (Stbl. 1856 No. 74 jis. Stbl. 1858 No. 73, 1896 No. 190, 1906 No. 270) dienaangaande nog van kracht zijn.

Art. 1 Ov. Swb. houdt de eigenlijk gezegde overgangsbepaling in, en beantwoordt de vraag, welke straf moet worden toegepast op een delict, hetwelk vóór de invoering van het

') Ook art. 1 Bepp. Swg. hield eene bepaling' van gelijke strekking' als 389 Swb. I. in.

Sluiten