Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 U. v.); zoodat de uitdrukking „vreemdeling" ten aanzien der uitlevering (en anders niet!) beteekent: „elke niet-Nederlander, tenzij in een der Nederlandsche koloniën uit aldaar gevestigde ouders geboren." 'j

Die uitlevering mag verder slechts plaats hebben wegens een der in art. 2 U. V. genoemde, in het buitenland gepleegde misdrijven. Vandaar, dat elke uitlevering geschiedt onder voorwaarde. dat de uitgeleverde niet zal mogen worden vervolgd wegens eenig vóór zijne uitlevering gepleegd misdrijf waarvoor hij niet uitgeleverd is en ook niet uitgeleverd had kunnen worden, dan na gedurende eene maand na de uitlevering de vrijheid te hebben gehad om het land weder te verlaten (a. 1.)

Uitlevering kan ook wegens poging of medeplichtigheid geschieden, voorzoover deze volgens de Nederlandsche of Indische strafwet strafbaar zijn (a. ;•>.) Uitlevering wordt evenwel niet toegestaan wegens een misdrijf, waarvoor de dader door don Nederlandschenof kolonialen rechter vervolgd wordt- zoolang deze vervolging duurt, — of ten aanzien waarvan hij door genoemden rechter reeds is veroordeeld, vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging;2) evenmin wanneer het misdrijf is „verjaard" (artt. 4 en 5.)

De uitlevering wordt aangevraagd hing* diplomatiéken weg, want zij vormt een dienst., dien de eene regeering aan de andere bewijst; evenwel kan de (1. G. beschikken op aanvragen tot uitlevering, die van de zijde van Aziatische mogendheden

i) Artt. 22/20 U. V. zijn gezamenlijk in dessen /.in gewijzigd bij Stbl. 1895 no. 152. Men had m. i. wijs gedaan, door de, aan liet vroegere a. 51 Ned. B. W. gelijkluidende, bepaling van a. 25, Se, eenigszins gewijzigd, te behouden. De alhier uit hier gevestigde ouders geborenen zouden alsdan door blijvende vestiging elders niet als Nederlander, in den zin dezer verordening, beschouwd behoeven te worden. Vergelijk hieromtrent de eerste noot bij § 29.

Zelfs ingezetenen zullen derhalve uitgeleverd kunnen worden, indien zij noch Nederlanders, noch in de koloniën uit-aldaar gevestigde ouders geborenen zijn. Omgekeerd kan bv. een geheel vreemde chinees, geen ingezetene van Ned. IndiP, niet uitgeleverd worden, indien hij toevallig alhier uit hier gevestigde ouders was geboren. Zoo'n chinees, in Singapore een niet-ingezetene van Ned.-IndiP vermoord hebbende, kan zich dot»' ontvluchting naar onze koloniën dus straffeloosheid verschaffen: onder onze strafwet valt hij niet, uitgeleverd mag hij ook niet worden.

2^ Xe bis in idem.

Sluiten