Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doodstraf bepalen, dat de voltrekking op of bij de plaats des misdrijfs zal moeten geschieden; in zoo'n geval zou zij dus niet binnen de gevangenis kunnen plaats hebben. Deze geheel doellooze bepaling zal waarschijnlijk spoedig worden ingetrokken?!

Art. 13 Swb. I. bepaalt dat het doodvonnis niet mag worden ten uitvoer gelegd op Zondagen, Christelijke feestdagen ot op groote inlandsche feestdagen. Ook mag de doodstraf niet worden voltrokken:

leaan eene zwangere vrouw;

2r aan een krankzinnige;

do executie zal in deze gevallen worden geschorst resp. tot na de bevalling of na de genezing (a. 403 I. R.) Verder mag de voltrekking niet plaats hebben, alvorens de O. O. in de gelegenheid is gesteld, om ook zonder dat daarom verzocht is geworden, gratie te verleenen (art. 52 R. R. zooals dit luidt na 1 'jol ). Op welke wijze de G. O. daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, vinden wij in artt. 321-32^1. R. voorzoover het Inlandsche^fjra^ordeelden betreft (verg. art. 333—334a Strv.)

De lijken der ter dood gebrachten kunnen op verlangen aan de naastbestaanden worden overgeleverd, onder verplichting evenwel, om de begrafenis zonder eenige plechtigheid te doen plaats hebben (a. 14 Swb. I.)

B. Arbeid-, tevens vrijheidstraffen.

o oo „ Alle veroordeelden tot dwangarbeid of tot gevangenisstraf

o jö. Algemeene ^

opmerkingen betr. zijn tot arbeid verplicht, behalve de nader te noemen aanziene arbeidstraffen. lijke Inlanders, in Stbl. 1867 No. 10 bedoeld; aldus a. 15 Swb. I.

Hoewel de gedwongen arbeid blijkens de benaming der straffen op den voorgrond staat, spreekt het wel van zelf, dat deze veroordeelden buiten de arbeidsuren niet in vrijheid kunnen worden gelaten; de verschillende arbeidstraffen zijn dus tevens vrijheidstraffen, de eenige als zoodanig genoemde vrijheidstraf (gevangenisstraf) tevens arbeidstraf. In den laatsten tijd heeft men hier en daar den tot Icrakal veroordeelden na afloop hunner dagelijksche taak vergund, naar huis te gaan, onder verplichting, zich den volgenden dag tijdig te melden; liet is de vraag, of deze opvatting wel strookt met de bedoelingder wettelijke voorschriften.

d

Sluiten