Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het heeft bij Stbl. 1906 No. 257 eenige belangrijke wijzigingen en aanvullingen ondergaan ten aanzien van de regeling van den arbeid, in verband niet de sedert eenige jaren gevolgde nieuwe wijze van te werkstelling der Inlandsche veroordeelden.

Het toezicht over de gevangenissen, in verschillende verordeningen geregeld, vinden wij in a. 37 (»ev. 'i,n het koit samengevat.

Het oppertoezicht en het algemeen beheer berust bij den Directeur van Justitie,' het meer bijzonder toezicht in de afzonderlijke gewesten is opgedragen aan de Residenten, die daarmede de hoofden van plaatselijk bestuur resp. de assistentresidenten voor de politie kunnen belasten (verg. a. 362, 367 Sv. en a. 901. R.). Maar behalve deze ambtenaren, zijn er nog verscheidene andere, aan wie het toezicht over de gevangenissen en gevangenen mede is opgedragen

Zoo zijn het H. Gr. H. en de Raden v. .Just. bij artt. 178 en 140 R. O. jis artt. 367 v. Sv. belast met het toezicht over de bij die colleges behoorende gevangenissen. Speciaal zullen zij er voor moeten waken, dat de verschillende waarborgen ter verzekering der persoonlijke, vrijheid (het houden van registers enz.) worden nagekomen (zie den 19en titel Sv.) ')

Verder wordt het meer dagelijksch toezicht over de gevangenissen aan de Regenten en Djcikxa's opgedragen bij artt. 70 en 64 1. R. De Regenten nl. zijn verplicht, de gevangenissen in hun regentschap nu en dan te inspecteeren en daarvan den Resident verslag te doen De Djaksa s hebben te zorgen \ ooi eene goede bewaring en behandeling der gevangenen; zij houden een nauwkeurig register bij van de gevangenen op de wijze in art. 64 1. R. aangegeven.

Ten slotte is, het laatst bij Stbl. 1903 No. 12, aan de Landraadsvoorzitters opgedragen, om de landsgevangenissen, speciaal met het oog op de Inlandsche gevangenen, periodiek te inspecteeren, nl. de gevangenissen op de plaatsen waar landraden gevestigd zijn ten minste eens in de drie maanden, de

') Zie de sfra/'bepalingen, in het leven geroepen met liet doel, onwettige gevangenhouding zooveel mogelijk te voorkomen, in artt. 7o v. ï. en 258 v. v. Swb. I. verg. artt. 95 K. K.

Sluiten