Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral waken zij ervoor, dat niemand gevangen wordt gezet dan op wettelijk voorgeschreven wijze, en geen gevangene langer in de gevangenis verblijft dan hij daarin verblijven moet (a. 5 Gev.; verg. artt. 364, 365, 368, 369 Sv.; artt 77- -79 Swb.I.).

Het spreekt van zelf, dat ook de toezicht oefenende ambtenaren op dit laatste speciaal moeten letten. Ten einde te voorkomen, dat een gevangene die een ecnigszins langdurige arbeidstraf ondergaat, vergeten, en langer van zijne vrijheid beroofd wordt gehouden dan krachtens het veroordeelend vonnis mag, draagt Stbl. 1903 No. 382 den Directeur v. .lust. speciaal op om toe te zien, dat de tot langer dan één jaar dwangarbeid veroordeelden tijdig worden ontslagen. Daartoe wordt een stamboek van die veroordeelden aangehouden; de Dir. v. J. teekent op de vonnissen of extracten, die hem voor de aanwijzing der strafplaats worden toegezonden, de data van het begin en het einde van den straftijd aan, terwijl de Residenten hein elke maand eene opgave moeten doen van de binnen hun gewest te werk gestelden. Op het eind van elk kwartaal zendt de Dir. v. J. aan de Residenten eene opgave van de veroordeelden, die in het volgend kwartaal moeten worden vrijgelaten. ')

De cipiers mogen echter evenmin iemand vóór den bepaalden tijd uit de gevangenis ontslaan, tenzij op schriftelijk bevel der bevoegde autoriteit (a. *5 Gev.). Slechts in buitengewone gevallen kan aan gevangenen worden vergund, tijdelijk de gevangenis te verlaten, waarbij natuurlijk behoorlijk tegen ontvluchting moot worden gewaakt (zie a. 5his, ingevoegd bij Sb. 1906-257, waarin men de verdere vereischten voor dit verlof vindt).

Het laatste lid van a. 3 Ov. Swb. I. schrijft voor, dat de verschillende soorten van gevangenen zooveel mogelijk van elkander afgezonderd moeten worden gehouden; ditzelfde voorschrift vinden wij uitvoeriger in art. 2 Gev. jo. Stbl. 1906 no. 257, volgens hetwelk in de gevangenissen steeds moeten worden afgezonderd:

(i. Inlanders en Europeanen,

b. vrouwen en mannen,

') In art. 3i>7 I. R. vindt men wanneer (le straf geacht wordt in te gaan; hierbij moet men letten op a. 826 en 480. 1. K.

Sluiten