Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. militairen en burgers,

d. veroordeelden tot tuchthuisstraf of dwangarbeid in den ketting en alle andere gevangenen,

e. Volwassenen en kinderen beneden 16 jaar.

Natuurlijk moeten ook de gegijzelden en voorloopig aangehoudenen zooveel mogelijk afgezonderd blijven van de gestraften (verg. a. 361 Sv.).

§46. Hygienische Het Gev. houdt verder verschillende bepalingen in met het maatregelen, enz. 00j>- 0p do hygiene. Zoo moeten alle gevangenen dadelijk na aankomst baden en geneeskundig worden onderzocht; dit baden moet verder dagelijks geschieden; op hun gezondheidstoestand wordt dagelijks toezicht uitgeoefend, en zieken worden behoorlijk in de gevangenis of het hospitaal, of in eenig ander gesticht verpleegd. Bij overlijden kan het lijk aan de familie worden overgegeven (artt. 6, 7, 24—28 Gev.).

Visitatie. pij aankomst in de gevangenis wordt onderzocht, of de ge¬

vangene gevaarlijke voorwerpen bij zich heeft (a. 6 Gev.); zulk eene visitatie kan verder plaats hebben, wanneer zij tijdelijk verlof hebben bekomen volgens a. 5his, en nadat zij Bezoek. bezoek van familie of kennissen hebben ontvangen, welk bezoek

geregeld is in artt,. 19--22 Gev.

De voorwerpen, die de gevangene niet bij zich mag hebben, worden onder bewaring van den cipier gesteld; deze moet ze behoorlijk registreeren, bewaren, en bij vrijlating verantwoorden; hetzelfde doet hij met het geld, dat hij van de gevangenen onder zich heeft (artt: 8 en 29 Gev.).

Kieeding enz. Over de kleeding en het verschaffen van versnaperingen door familieleden of vrienden, vindt men verschillende bepalingen in artt: 32 36 Gev:

Merkwaardig is nog de bepaling van art: 23 Gev. omtrent de brieven, die door de gevangenen worden verzonden en ontvangen.

§ 47. Regeling De regeling van den arbeid vinden wij in tal van artikelen, van den arbeid. Art. 9 Gev. herhaalt het bepaalde bij art: 15 Sw. dat alle gevangenen tot arbeid verplicht zijn, behalve de gegijzelden en voorloopig aangehoudenen (a. 9, 10 en 30 Gev.) ') Laatstgenoemden

') Ook de „aanzienlijke" Inlanders zijn daarvan vrijgesteld, zooals reeds m § 38 is gezegd.

Sluiten