Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diensvoJgens tevens eene vrijheidstraf uitgesproken, die in de plaats der geldboete wordt ondergaan, indien deze binnen bepaalden tijd niet is voldaan. Deze subsidiaire straf is dus geen dwangmiddel om de boete te doen betalen, zooals b. v. de gijzeling, maar vervangt die geldboete; het geheel of gedeeltelijk ondergaan ervan bevrijdt derhalve van de geheele boete resp. van een evenredig gedeelte dier geldboete. De volgens het eerste stelsel toegepaste gijzeling echter dient slechts om den veroordeelde tot betaling der boete te dwingen', het ondergaan daarvan bevrijdt dus geenszins van de geldboete (verg. § 35, 2°).

§ 51. stelsel Onze wetgeving volgde oorspronkelijk als regel het eerste onzer wetgeving stelsel, te vinden in artt. 328 v.v. I. R. Volgens dit stelsel vóór 1898. wordt het vonnis, waarin geldboete is opgelegd op dezelfde wijze geëxecuteerd als burgerrechtelijke vonnissen nl. door beslagname en publieken verkoop, en door gijzeling. Echter zal de gijzeling in dit geval moeten worden ondergaan als gevangenisstraf of dwangarbeid b. d. k. en wel volgens den maatstaf van één maand voor elke f 200, met een maximum van drie jaar. In het vonnis moet de duur der gijzeling dadelijk worden bepaald (artt. 328/330 I. R.).

Daar de gijzeling als dwangmiddel gebruikt wordt, ontslaat het ondergaan der gijzeling den veroordeelde niet van de betaling der geldboete, terwijl slechts betaling der geheele boete, met de gijzelingskosten er bij, den veroordeelde kan bevrijden van de gijzeling (art. 331 I. R. ').

Reeds in het I. R. (zooals men weet, van 1848 dateerend) was hierop echter eene uitzondering gemaakt t. a. v. de bij districts- en regentschapsgerechts vonnissen opgelegde boeten. Deze nl. worden bij wanbetaling vervangen door gevangenisstraf tot resp. 3 en 6 dagen (zie artt. 107 en 117 I. R.)

In het Pol. I. (1872) werd de subsidiaire straf ook toegepast t. a. v. de daarin bedreigde boeten (zie a. 7 Pol. I.), maar bij Stbl. 1874 no. 251, wijzigende het 2e lid van art. 371 I. R.,

') Dit stelsel hinkt, zooals men ziet, op twee gedachten daar de gijzeling als straf wordt ondergaan; zij is daarom zeer onbillijk te noemen.

Sluiten