Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral echter blijkt bovenstaande opvatting des wetgevers uit artt. 400 402 1. R. In het algemeen nl. vervalt de strafvervolging door den dood van den verdachte of beklaagde, de strafvoltrekking door den dood van den veroordeelde, en wordt de strafvordering geschorst door het krankzinnig worden van den beklaagde.

Volgens art. 400 I. R. echter lijdt het eerste geval uitzondering ten aanzien van vervolgingen wegens fineale overtredingen, in zooverre de vordering tot betaling van boete en verbeurte van bepaalde voorwerpen in die gevallen tegen, de erfgenamen van den overledene ingesteld moet worden, doch voor den burgerlijken rechter; deze vordering zal ook overigens, speciaal wat de executie van het uit te spreken vonnis betreft, geheel als eene gewone burgerlijke zaak worden beschouwd en behandeld.

Indien de strafvordering wegens het krankzinnig worden van den beklaagde niet tegen hem kan worden voortgezet, zoo zullen de uit fiscale overtredingen voortvloeiende vorderingen tot geldboete en verbeurdverklaring, op dezelfde wijze als in art. 400 bepaald, worden ingesteld tegen den curator des beklaagden of tegen een curator ad hoe. (a. 402 I. R.).

Ingeval eindelijk van overlijden na de definitieve oplegging van boete of verbeurd verklaring, zullen deze, uit hoofde van welk debet zij ook mogen zijn opgelegd, op de erfgenamen worden verhaald (a. 401 1. R.i. Na Stbl. 1898 no. 50 zal dit voorschrift, wat de boete betreft, tot de zaken, in de vorige paragraaf sub le genoemd, beperkt moeten blijven. Het kan toch niet de bedoeling zijn om verhaal van geldboete op den erfgenaam toe te staan, waar verhaal op den veroordeelde zelf niet geoorloofd zou zijn,

§ 54. Boeten, Eene bijzondere bespreking verdienen de boeten die in fisledreigd in fiscale eale verordeningen zijn bedreigd. Deze toch zijn voor een erordenmgen. groot deel van dien aard, dat zij noch een zuiver strafrechtelijk, noch een zuiver burgerrechtelijk karakter dragen, maar in ieder geval toch veel meer op burgerrechtelijke vorderingen gelijken dan alle overige boeten. Belastingen toch. gelijken veel op burgerlijke vorderingen; zij vormen als het ware het equivalent van de voordeeleu, die de Staat den belastingschuldigen

Sluiten