Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij afhankelijk is gesteld van verschuldigd recht. Art. 9 echter stelt eene boete van 2% der getaxeerde waarde van het betrokken onroerend goed op de niet-tijdige overschrijving van dat goed, indien ere/een overschrijvingsrecht verschuldigd is. Hierbij staat de boete dus in het geheel niet in verband met eenig verschuldigd recht.

§ 55. Behan- Door dit verschil in aard van de boeten, in fiscale verordedeling van fiscale uingen bedreigd, is de jurisprudentie nogal weifelend geweest overtredingen. aanzien der vraag, of eene dergelijke boete voor den

burgerlijken-, dan wel voor den strafrechter moest worden gevorderd. Art. 83 Ov. handhaafde de oude regeling te dien aanzien; dit artikel bepaalde n. 1. dat de nieuwe wetgeving van 1848, speciaal die op de rechtsvordering, geen inbreuk zou maken op de geldende bepalingen omtrent: 1°. de invordering van 's lands middelen en pachten, 2°. het recht van parate executie.

3°. prijzen en buit,

4°. onteigening ten algemeenen nutte.

M. a. w. ten aanzien dezer speciale onderwerpen zou de regeling van vóór 1848 blijven gelden. Wat de twee laalste onderwerpen betreft, deze zijn na 1848 opnieuw geregeld n. I. de rechtspleging betreffende prijzen en buit bij Stbl.'TT no. 284; de onteigening ten algemeenen nutte bij Stbl.'64 no. 6. • De twee andere onderwerpen, die in nauw verband met elkaar stonden (daar de parate executie hoofdzakelijk op de invordering van 's lands middelen en pachten toepassing vond) , waren geregeld in het „Provisioneel Reglement op de manier van procedeeren in civiele zaken voor het Hoog-Gerechtshof van, en de Raden van Justitie in Ned. Indië." (Stb. 1819 no. 20, a 279 v.v. en a. 312 no. 4). Volgens die bepalingen werden de vorderingen op het stuk van 's lands middelen en pachten voor den burgerlijken rechter gebracht en bij wege van parate executie geïnd. Maar bijStbl. 1879 no. 267 (aangevuld bij Stbl. 1889 no. 68) werd eene regeling getroffen, waarbij belastingen die in kohieren enz. vastgesteld worden door liet administratief gezag (zoowat alle directe belastingen), benevens de boeten op te late betaling vallende met de dooi' den belastingschuldige verschuldigde kosten, zouden worden ingevorderd door middel

Sluiten