Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.de moedwillige berooving van iémands leven is doodslag" (a. 211 Swb. I.), zoo hebben wij óók het delict „doodslag" voor oogen. Wij zien dan, dat eik der boven bedoelde feiten valt onder de omschrijving van art. 211 Swb. I., en begrijpen, dat die feiten bepaalde gevallen vormen van het meer algemeene begrip, hetwelk door de wet wordt aangegeven. Zoowel de feitelijke normovertreding nu, als de wettelijk omschrevene, noemt men delict.

De wet omschrijft derhalve van elk delict het begrip; men noemt deze omschrijving de qiialificatie van het delict. Bij de toepassing der strafwet is het een eerste vereisehte, dat men eenige gedraging kan herkennen als een bepaald concreet geval van eenig meer algemeen omschreven delict; m. a. w. dat men kan beoordeelen, of zij al dan niet een delict vormt, en zoo ja, welk delict. Ten einde dit te kunnen doen is het noodzakelijk, zich precies rekenschap te geven van de vraag, uit welke bestanddeelen, uit welke elementen eenig delict gevormd wordt. Dit is niet altijd even eenvoudig, daar de wet bij de omschrijving der verschillende delicten niet altijd nauwkeurig hare bedoeling heeft te kennen gegeven. Het Ontwerp staat in dit opzicht, zooals overigens zoowat in alle andere opzichten, oneindig hooger dan het Swb. L, ofschoon ook daarin lang niet alle onduidelijkheden zijn weggenomen. Het ontleden der bepaalde delicten in zijne verschillende elementen behoort evenwel thuis bij de bestudeéring van het bijzonder gedeelte van het strafrecht; hier hebben wij slechts de algemeene vereischten en kenmerken van het delict te onderzoeken. 60.Subjectv. h. Bij elk delict hebben wij te doen met een mensch en eenige 'i,ct- gedraging van een mensch, waardoor iets geschiedt of eenig

'iw ,a" iwms- gevolg veroorzaakt wordt, dat de wet wenscht te voorkomen, delictsbepaling. _^ueen eeu mmsch toch kan eenig delict plegen. In vroeger tijd strafte men ook dieren; dien tijd zijn wij thans gelukkig reeds lang voorbij. Eene andere vraag is het echter, of rechtspersonen een delict kunnen plegen , d. z. vereenigiugen, die als eenheid, als lichaam gedacht, rechten en verplichtingen kunnen hebben en derhalve rechtens als persoon beschouwd worden. Deze vraag wordt algemeen ontkennend beantwoord, daar geen straf kan worden opgelegd zonder schuld, ,'u

Sluiten