Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiervan slechts bij natuurlijke personen sprake kan zijn. Alleen een mensch kan derhalve subject zijn van eenig delict.

Door de vaststelling van eene norm (hetzij uitdrukkelijk, hetzij niet; zie § 12) geeft de wetgever te kennen, wat hij wenscht dat wèl, of dat niet zal gebeuren door toedoen van een mensch. Daarbij kan hij op tweeërlei wijze te werk gaan. Vooreerst kan hij eene bepaalde gedraging gebieden of verbieden; maar verder kan hij meer in het algemeen aangeven, wat hem als gewenscht of ongewenscht voorkomt en straf bepalen op elke gedraging, waardoor het gewenschte niet, of het ongewenschte wel veroorzaakt wordt. ')

Een voorbeeld van de eerstbedoelde wijze van norms- of delictsbepaling vormt de diefstal (a. 297 Swb. I.): het arglistig wegnemen van eens anderen goed. Hierbij wordt de handeling zelf, het wegnemen, direct verboden. Een ander voorbeeld vormt het verbod, bij tallooze politiekeuren bepaald, om na een zeker uur zonder brandende lantaarn te rijden, of het gebod, om

IO 11 n 1/D m f f a uriilrnn nnrr TTf nn /Tmtrr» v-» c<r» V» n>ATrnl nc n 1 r? n

...mixvo tliu VVlJIYdJ Cll/J. JLjL^L Uilgt/VVCILDUIILC 11A.

benadeeling van rechthebbenden, of het ontstaan van gevaar yoor ongelukken, wordt hierbij niet uitgedrukt.

\ r Wél geschiedt zulks b. v. bij de omschrijving van het delict

* doodslag, en dan hebben wij met de tweede wijze van norms-

of delictsbepaling te doen. Doodslag, zagen wij, omschrijft de wet (a. 211 Swb. 1.) als de opzettelijke berooving van iemands leven; waardoor dus alleen het ongewenschte gevolg, de% dood van eenig mensch door opzet van een ander, wordt aangeduid, niet echter eenige bepaalde gedraging, welke dien dood veroorzaakt heeft. Elke gedraging, die op dat gevolg gericht is en dat gevolg veroorzaakt heeft, wordt hiermede derhalve verboden (schieten, steken, houwen, worgen enz.).

Evenzoo vormt het veroorzaken van kwetsuren of van den dood door nalatigheid, Onvoorzichtigheid enz., in één woord: door schuld, een voorbeeld hiervan. Door welke gedraging van die nalatigheid enz. blijkt, komt er hoegenaamd niet op aan (artt. 237 v. Swb. I.) Somtijds wordt het ongewenschte gevolg uitgedrukt,

') Een en ander kan hij wederom door eene normsbepaling, of door eene delictsbepaling uitdrukken; zie § 12. In het eerste geval wordt het deliet uit de norm gevonden, zooals wij zagen.

Sluiten