Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanzien van alle delicten worden aangegeven. Men onderscheidt diensvolgens de bijzondere (h.v. artt. 68, 245—247 Swb. I.; a. 139 Ontw.), van de algemeene rechtvaardigingsgronden (art. 33 Swb. I. voor zooveel de overmacht betreft; artt. 37 - 40 Ontw.) ■ Intusschen, niet in alle omstandigheden, die eene in het algemeen onrechtmatige en strafbare gedraging rechtmatig kunnen doen worden, kan de strafwet uitdrukkelijk voorzien. Dit behoeft dan ook niet, indien wij slechts voor oogen houden, dat eene gedraging die rechtmatig is nooit strafbaar kan zijn (zie § 61 in het begini. Men kan daarom voor alle gevallen aannemen, dat eenig delict niet als zoodanig te beschouwen is, indien de in het algemeen strafbaar gestelde gedraging in een concreet geval krachtens bijzonder of algemeen recht als een rechtmatige moet worden beschouwd; zoo b.v. indien een dokter opzettelijk afdrijving veroorzaakt, omdat hij zulks tot behoud van het leven der vrouw noodzakelijk acht; of indien een vader, tot opvoeding van zijn kind. dit eene matige kastijding toedient, enz.

• .Niettegenstaande dezen uit den aard der zaak voortvloeienden algemeenen regel heeft de wetgever het toch dikwijls nóodig geacht, om de wederrechtelijkheid uitdrukkelijk als element in de omschrijving van een delict op te nemen. Zoo b.v. stelt Stbl. 1876 no. 135 (eene toepassing op Inlanders van Stbl. 1875 no. 214 ) o. a. het „opzettelijk en wederrechtelijk doen stranden enz. van een schip" strafbaar; a. 2 no. 27 Pol. I. o. a. het „bij eenige wijze van vervreemding verstrekken van goederen aan veroordeelden zonder daartoe gerechtigd, te zijn," enz.; in het Ontw. vindt men nog 'veel meer dergelijke voorbeelden dan in de geldende strafwet. Het is duidelijk, dat ook zonder vermelding dier wederrechtelijkheid het rechtmatig doen stranden van een schip in geval van nood enz. geen delict zou vormen. Zoo zal geen verstandig rnensch er over denken, om b.v. op werklieden, die op last van den eigenaar diens huis afbreken, art. 360 Swb. I. toe te passen, evenmin op brandweerdienstplichtigen, die een huis omverhalen teneinde den brand meester te kunnen worden, enz. Het maken van de omstandigheid der wederrechtelijkheid tot element van het delict heeft dus op zich zelf geen zin; alleen is dit noodzakelijk, indien de

Sluiten