Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politiereglementen hierbij niet in aanmerking (verg. § 4). Verordeningen op het stuk van 's land,v middelen en pachten kunnen volgens art. 58 RR. (jo. Stbl. 1903 no. 329) geene andere dan „algemeene verordeningen" zijn. ')

De uitdrukking „wettelijke verordeningen," in art. 1 gebruikt, is met voordacht gekozen (in overeenstemming met a. 132 RR.) om daaronder de vóór het tegenwoordig RR. tqt stand gekomen fiscale verordeningen mede te begrijpen, (zie noot 2 op blz. 98).

Wat men onder politie heeft te verstaan, is niet precies te zeggen; politie omvat zoowat de geheele algemeene staatszorg: de handhaving van orde en rust, de bevordering van welvaart en gezondheid. Alle daarop betrekking hebbende algemeene verordeningen kunnen dus politieverordeningen genoemd worden. In de eerste plaats vallen de beide algemeene politiestrafreglementen hieronder; verder tal van administratieve verordeningen, b.v. betreffende liet stoomwezen, spoor-en tramwegverkeer, petroleum enz.2) Zelden wordt de straf van dwangarbeid b/k daarin aangetroffen. Somtijds wordt een met deze straf bedreigd delict, voorkomende in eene verordening van politioneelen of fiscalen aard, uitdrukkelijk tot misdrijf gestempeld; zie b.v. a. 11 Stbl. 1902 no. 4 (jo. Stbl. 1902 no. 3) en a. 42 der „Regelingvan de gevolgen" enz., gepubliceerd in Stbl. 1904 no. 372.

§ 73. Klacht- Behalve de in beide laatste SS behandelde onderscheiding feiicten. der delicten hebben wij nog eenige andere reeds leeren

') De bijzondere aard der meeste fiscale overtredingen bleek ons reeds in §§ 54 en v.

2) Het zal niet altijd gemakkelijk uit te maken zijn óf men al dan niet met een politiereglement, al dan niet met eene fiscale verordening te doen beeft. Is b. v. de mijnbouwordonnantie een politiereglement, of eene fiscale verordening ? Zij houdt zoowel politioneele, als fiscale voorschriften in !

Eene andere quaestie is deze: moet een met dwangarbeid b/k bedreigd delict, indien het in eene fiscale verordening staat, maar overigens met 's lands middelen weinig te maken heeft, toch als overtreding beschouwd worden? De jurisprudentie heeft deze vraag bevestigend beantwoord t. a. v. het verbergen van clandestien opium op het erf van een ander, ten einde dezen bloot te stellen aan vervolging wegens bezit daarvan. Zoo zal dus ook het delict van a. 29 Sbl. 1907 no. 182 (opzettelijke schending deigeheimhouding, opgelegd aan leden der commissie van aanslag in de belasting op bedrijfs- en andere inkomsten) als overtreding moeten worden aangemerkt, ofschoon het geheel daarmede overeenkomende delict van a. 296 Swb. I. een misdrijf vormt.

Sluiten