Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen, nl. die in doleuse en culpose, formeele en waterieele delicten (§ 6T), in geprivilegieerde en gequalificeerde delicten (§ 61), terwijl § 68 ons leerde, wat wij onder een ingebeeld delict hebben te verstaan. Later zullen wij (bij den samenloop) kennis maken met voortdurende en met voortgezette delicten. Thans rest ons nog slechts die soort van delicten te behandelen, welke men Machtdelicten noemt.

Daar het strafrecht publiek recht is, kan in het algemeen geen privaat persoon op de uitvoering der strafwet invloed uitoefenen. Vervolgd en c. q. gestraft wordt slechts in het algemeen belang. Vandaar, dat het Openbaar Ministerie verplicht is, om alle te zijner kennis gekomen delicten te vervolgen, onafhankelijk van de aangifte door den direct bij dat delict betrokken persoon gedaan. Evenzoo is de gerechtelijke politie tot onderzoek van alle verdachte feiten gehouden, zonder aangifte van wien ook af te wachten. Omgekeerd wordt niet alleen van den direct benadeelde aangifte verwacht, maar van een ieder, die van eenig delict getuige is geweest; in ernstige gevallen is men daartoe zelfs verplicht en maakt men zich door verzuim zelf aan een delict schuldig (a. 6 I. R.; a. 7 Sv.; a. 67, 91, 93, 180 Swb. I.; a. 3 no. 4 Pol. I.). Er zijn evenwel delicten, waarbij het privaat belang van de „beleedigde partij" zwaarder weegt dan dat van den staat; ten aanzien waarvan daarom de bepaling is gemaakt, dat de vervolging deswege afhankelijk is van de indiening eener klacht door den als direct belanghebbende aangewezen persoon. Deze delicten nu, noemt men klachtdelicten.

Voor de Europeanen vindt men de voornaamste dier klachtdelicten in a. 10 Sv. genoemd; ook elders worden er enkele genoemd, zie b. v. a. 272, 354 Swb, Eur.; a. 37 R. R. jo. a. 164 Gw.

Voor de Inlanders staat de hoedanigheid van klachtdelict bij elk desbetreffend delict aangegeven. Dergelijke delicten zijn overspel (slechts vervolgbaar op klachte van den man, a. 254 Swb. I.); het onderhouden eener bijzit in de echtelijke woning enz. (op klachte der vrouw vervolgbaar, a. 256 Swb. I.); het schaken van een meisje beneden de 16 jaar met haar goedvinden (vervolgbaar op klacht harer ouders of voogden, a. 272 Swb. I.);

Sluiten