Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alles op gelijke lijn stelt, maar integendeel aan alle bestaande dingen ten opzichte van elkaar verschillenden tang toekent, naar gelang zij zijn lust- of onlustgevoel in meerdere of mindere mate treffen: het maakt m. a. w. dat de mensch alles leert waardeeren, d. i. de verhouding leert bepalen tusschen de bestaande dingen onderling ten opzichte van den indruk dien zij maken op het gevoel van den mensch.

Maar het gevoelsvermogen heeft een nog hoogere beteekenisvoor den mensch; want het maakt hem tot willend en handelend wezen. En zoo zijn wij dan genaderd tot het wil.^vermogen, d. i. het vermogen, om geheel bewust naar het bereiken van

een doel te streven.

Het is duidelijk, dat het ken- en denkvermogen, alsmede het §76.Hetwiisver-g,evoelsvermogen noodzakelijke voorwaarden vormen voor het mogen' wilsvermogen. ') Zij stellen ons in staat 0111 niet alleen het

direct waargenomene te waardeeren, naar gelang het ons meer of minder aangenaam aandoet, maar om ditzelfde ook te doen ten opzichte van dingen (stoffelijke of onstoffelijke), die nog slechts in onzen geest als bloote voorstelling bestaan. Want stellen wij ons iets voor, zoo verkrijgen wij niet alleen een beeld van dat ^ oorgestelde, maar tevens van het in werkelijkheid daarmee gepaard gaand'gevoel. Is dat gevoel eene aangename, zoo zal de begeerte worden opgewekt naar datgene, wat slechts als bloote voorstelling bestaat. Deze begeerte nu heeft veelal geen ander gevolg, dan dat zij bij ons den wensch doet ontstaan, dat het voorgestelde verwezenlijkt worde. Maar dikwijls is zij zóó sterk, dat zij het voornemen en ten slotte den wil doet ontstaan, om die verwezenlijking zelf tot stand te doen komen. In dit geval zal zij ten gevolge hebben, dat wij onze gedragingen zoodanig inrichten, dat daardoor het gewenschte doel (voorzoover zulks in onze macht is) bereikt zal worden. Die gedraging noemt men eene opzettelijke gedraging; eene, waartoe men willens en wetens 2) overgaat.

n Hoewel Je verschillende vermogens van de mensehelijke ziel aizonderliik worden behandeld, mag men toch nooit uit het oog verliezen dat /ii in het nauwste verband met elkaar staan en het eene zonder het andere niet denkbaar is. Slechts theoretisch kan men ze van elkaar scheiden om ze elk afzonderlijk aan een onderzoek te onderwerpen: m werkelijkheid echter zijn ze onafscheidbaar.

2) Déze uitdrukking is eigenlijk pleonastisch; het willen.sluit altijd het weten in zich (het omgekeerde is natuurlijk niet het geval).

>

Sluiten