Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetwelk het begeert te hebben, zoo zal het dit onmiddellijk wegnemen, zonder te begrijpen dat zooiets ongeoorloofd is. Eerst langzamerhand leert het kind, door eigen ondervinding zoowel als door systematische opvoeding, zich een begrip vormen van de dingen, die om hem heen gebeuren, van de verhoudingen, die in de maatschappij bestaan. Zoo ontwikkelt zich de mensch langzamerhand zoowel verstandelijk als zedelijk, en kan men ten slotte van hem verwachten, dat hij in het algemeen beseft, wat in eene beschaafde maatschappij moet, mag, of niet mag gebeuren. M. a. w. hij leert zich aldus een oordeel vormen ten aanzien der vraag, wat goed en wat slecht is, en komt langzamerhand, zooals men dit noemt, tot het oordeel den onderscheids.

Hiertoe is het niet voldoende, dat men kunstmatig leert, wat góed en wat slecht is, zonder meer. Want al weet men precies wat zedelijk of onzedelijk is, zoo heeft men daaraan voor het maatschappelijk leven weinig, indien men het niet tevens gevoelt. Men moet het m. a. w. zoover brengen, dat de gewoonte, om zich zedelijk (d. i. in overeenstemming met de maatschappelijke eischen) te gedragen, een eigenschap is geworden der ziel, een bestanddeel van het karakter. Alsdan zal elke bewust-slechte daad een min of meer onaangenaam gevoel bij ons opwekken, zal het zedelijkheidsheivustzijn gepaard gaan met het zedelijk heids//« we/.

Dit bijzonder gevoelsvermogen, in het daaglijksch leven geweten genoemd, zal ons bij onze gedragingen tot richtsnoer strekken. Het zal maken, dat ons doen en laten niet uitsluitend door eigenbelang, door egoïstische motieven, beheerseht zullen worden, maar onze wil ook op het behartigen van anderer belangen gericht zal zijn, zelfs al ware zulks wellicht in strijd met ons eigen belang.

Verant- Eerst Wanneer men tot liet oordeel des oiidevweheirlK ie

,oe°r"!kheid: gekomen, kan men voor zijne gedragingen verantwoordelijk

ieKeninoc.t,^ . ...... .....

arheid worden gesteld, voor dien tijd met. Eene gedraging „verant¬

woorden toch, wil zeggen: aantoonen, dat zij in het algemeen goed, juist is; d. w. z. dat zij met het geheele stelsel der bijzondere en algemeene plichten in overeenstemming is. Iemand, die dit niet weet te beoordeelen, kan niet ter

§ 78.

Sluiten