Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den houder van het dier te straffen; hij heeft blijkbaar niet alle mogelijke zorg aangewend om dit feit te voorkomen. Zelfs indien de houder bewijzen kon, dat de muilkorf buiten zijn weten den hond door een dief ontnomen was, zoo zou hem dit m. i. niet kunnen baten: ook daarvoor had hij desnoods kunnen zorgen. (Verg. hiermede de bepaling van art. 7 la. d, Sbl. 1906 no. 183, waar t. a. v. het verloren geraken van een hondepenning uitdrukkelijk anders is bepaald).

Practisch komt het bovenstaande vrij wel hierop neer, dat men bij politie- en fiscale overtredingen geen onderzoek pleegt in te stellen naar de aanwezigheid van schuldverband. Zelfs wordt men dikwijls strafrechtelijk verantwoordelijk gesteld voor feiten, door anderen gepleegd, zonder dat eenig onderzoek naar medeschuldigheid behoeft te worden gedaan, ja zelfs zonder dat bewijs van totaal ontbreken van schuld geoorloofd is. Strafoplegging heeft derhalve in deze gevallen plaats, zonder dat zelfs een schijntje van schuld aanwezig behoeft te zijn. Natuurlijk is dit in lijnrechten strijd met een der voornaamste grondslagen van strafrecht: geen straf zonder schuld. Het min of meer privaatrechtelijk karakter van fiscale verordeningen ') maakt de totale verwaarloozing van liet schuldelement nog eenigszius begrijpelijk; t. a. v. zuiver politioneele overtredingen echter moeten dergelijke bepalingen worden afgekeurd.

Voorheelden:

Art. 25 Sbl. 1882 no. 240 (ordonnantie, houdende bepalingen op de heffing en verzekering der in- en uitvoerrechten) steil bepaalde personen voor verschillende overtredingen verantwoordelijk, zonder onderscheid of zij zeiven zich daaraan hebben schuldig gemaakt of anderen; terwijl bij a. 28 derzelfde ordonnantie in het algemeen de lastgevers strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld voor de overtredingen door hunne lasthebbers begaan.

Zoo is de aanvrager van een hout-, of koffiepas strafrechtelijk verantwoordelijk voor het niet vertoonen van den pas of het niet tijdig inleveren ervan enz. door den

') Verg'. §§ 54 en v. Dit karakter blijkt nog o. a. uit de mogelijkheid, om in bijzóndere gevallen eene dading of transactie aan te gaan 'betreffende boeten, wegens eene fiscale overtreding te betalen. Zie a. 2.9 Stbl. 1882 no. 240; a. 51 Sbl. 1886 no. 249; a. 42 Sbl. 1893 no. 301; a. 87 Sbl 18.98 no. 90.

Sluiten