Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolg opzettelijk te hebben veroorzaakt. Bv. een hartstochtelijk jager krijgt een prachtig hert onder schot, hetwelk hij neer wil schieten, niettegenstaande hij ziet dat een deidrijvers zich vlak achter het dier bevindt, en hij er zich ten \olle van bewust is, dat deze zeer groote kans heeft, getroffen en gedood te worden. Wanneer hij nu tóch op het hert schiet en den drijver doodt, heeft hij dan dien drijver opzettelijk gedood? Ot wel: een scheepseigenaar stelt in zijn schip, na dit verre boven de waarde verzekerd te hebben, eene z. g. n. helsche machine op, teneinde het schip in volle zee uit elkaar te doen springen en zich op die wijze ten koste van den verzekeraar wederrechtelijk te verrijken. Van te voren is met zekerheid of althans nagenoeg met zekerheid te zeggen, dat de op\arenden daarbij om het leven zullen komen; kan hu van de reeder gezegd worden, deze lieden opzettelijk te hebben gedood?

Bij de beantwoording van bovenbedoelde vragen moeten wij goed het verschil tusschen dolus en culpa voor oogen houden. En dan komen wij tot de conclusie, dat het nader gevolg opzettelijk is veroorzaakt, indien de dader zich dit als onvermijdelijk, als zeker had voorgesteld; want dan alleen heeft hij zich zijne handeling voorgesteld als in die omstandigheden de meeste kans biedende, niet slechts ter bereiking van het speciaal beoogd doel, maar tevens van het andere gevolg. Heeft hij dat andere gevolg zich slechts als mogelijk gedacht, zoo moet culpa worden aangenomen, al was de kans voor het intreden van dat gevolg ook zeer groot.

De meesten nemen opzet in dit geval ook aan, indien de kans op het nader gevolg zéér groot was; m. i. ten onrechte. Natuurlijk zal het ook hierbij in de praktijk dikwijls lastig zijn uit te maken, ot zeer grove schuld, dan wel opzet aanwezig is, omdat de begrippen zekerheid en zeer groote waarschijnlijkheid niet scherp te scheiden zijn. ') Maar ook hier zal het meestal eene kwestie van bewijs zijn, terwijl de begrippen zekerheid, waarschijnlijkheid, mogelijkheid steeds uit zuiver menschelijk oogpunt dienen te worden opgevat, daar anders alles als zeker zou moeten worden beschouwd.

') Verg-, het laatste, gedeelte, van § 80, blz. 113.

Sluiten