Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg, denkende dat zij mij toebehoort, maar zij blijkt een anderen eigenaar te hebben; ik geef echte munt uit, meenende valsche munt in omloop te brengen, of omgekeerd: ik geef valsche munt uit, meenende dat zij echt was.

De feiten kunnen verder van dien aard zijn, dat zij geen onmisbare bestanddeelen van een delict, maar slechts bijkomstige elementen ervan vormen (accidentalia), waardoor van eenig delict bijzondere soorten worden verkregen. Eene dwaling, deze teiten speciaal betreffende, heeft slechts in zooverre invloed, dat de gedraging als het gewone delict moet worden gequalificeerd; ') b.v. iemand meent een magistraat in de uitoefening \an zijn ambt te hebben beleedigd, maar de beleedigde blijkt geen, magistraat te zijn.

De dwaling kan ten slotte voor het delict onverschillige feiten betreffen, of zelfs feiten, die elementen van een delict vormen, maar waarvoor geen opzet vereischt is. Bv. ik steel eene zaak, meenende dat deze aan A toebehoort terwijl zij blijkt, B tot eigenaar te hebben; ik leg opzettelijk eene valsche verklaring onder eede af, meenende dat zij niet door een wettelijk voorschrift gevorderd wordt, terwijl zulks wel het geval blijkt te zijn. In deze gevallen oefent de dwaling natuurlijk geenerlei invloed uit.

Onder deze onverschillige feiten kunnen gerekend worden die, welke de schakels vormen tusschen eene opzettelijke handeling en het intreden van het beoogd gevolg; m. a. w. het is eene onverschillige zaak, of het beoogd doel bereikt wordt al dan niet op de wijze, zooals de dader zich deze heeft voorgesteld, mits tusschen des daders opzettelijke handeling en dat bereikte doel causaal verband besta.2) Bv. iemand werpt een ander over

°?roPSesteld, dat opzet voor zulk een bijkomend element gevorderd wordt, daar anders de dwaling van geenerlei beteekenis zou zijn.

2) Velen nemen geen opzettelijk in het leven geroepen eevolsr aan inL/n7taat °P/-ee^e W^i;, di,e geheel buiten de voorstelling van den dader hgt. Zoo prof. Simons (dl. I. blz. 165) en Prof. van Hamel (le dr blz. 287; zie hunne werken onder „Literatuur"). M. i. is deze meenin»onhoudbaar. 01 de loop der gebeurtenissen geheel of slechts gedeeltelijk £v«llP»e k0n}»im^ de. voo™telling des daders, zal in de meeste

beJwnn . Z1JU ,UU T ™ke»- Maar *%<"'<«'» van dit praktisch

bezwaai maakt deze onderscheiding ook zuiver theoretisch m. i. geen

w nXhl,lm h®4 wez,en der zaak. Een bepaald beoogd doel, hetwelk bereikt door de wei"tong eener opzettelijk daarop gerichte handeling is

Sluiten