Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rechter doen, indien hij van meening is, dat de gewone opvoeding in huis onvoldoende zal blijken, om den jeugdigen beklaagde tot bruikbaar lid der maatschappij Ie doen opgroeien. Eene strengere, in elk geval betere opvoeding is voor dergelijke kinderen dikwijls noodzakelijk ten einde hen op het goede pad te brengen.

Helaas bestaan die verbeterhuizen nog steeds niet in Ned. Indië, zoodat de vonnissen, houdende plaatsing in zulk eene inrichting, niet kunnen worden uitgevoerd. In den laatsten tijd zoekt men in dit gebrek eenigszins te voorzien, door dergelijke kinderen ter opvoeding toe te vertrouwen aan personen, die zich de stoffelijke en zedelijke verbetering van den mensch tot levenstaak hebben gekozen, ') (Zie art. 5 Or. Sicb.).

Wordt door den rechter beslist, dat met oordeel des onderscheids is gehandeld, zoo wordt het feit den jeugdigen beklaagde wél toegerekend, en moet deze er dus voor worden gestraft:, maar alsdan vormt zijn leeftijd beneden 16 jaar eene verschoonende omstandigheid, die den rechter verplicht, om de straf aanmerkelijk te verlichten op de wijze in art. 36 aangegeven. 2)

Is de beklaagde ouder dan 16 jaar (d. i. zoodra hij zijn 16en jaardag beleefd heeft), zoo gelden voor hem de ar ft. 35 en 36 dus niet meer; evenwel kan de rechter nog steeds den betrekkelijk jeugdigen leeftijd als verzachtende omstandigheid in aanmerking nemen en in overeenstemming met het in art. 37 bepaalde eene lichtere straf opleggen. Wij komen hier later nader op terug.

Het Swb. I. eischt, dat uitgemaakt worde, of de jeugdige beklaagde al dan niet met oordeel des onderscheids gehandeld heeft. nl. in het speciale geval, waarvoor hij terecht staat. Indien wij ons goed voorstellen, wat onder oordeel des onderscheids dient te worden verstaan (zie § 77), zoo is het duidelijk, dat deze vraag neerkomt op deze andere: „of hij al dan

') Meer speciaal aan den heer A. Th..!, van Emmerik, die de Witte-kruiskolonie te Salatiga stichtte. Európeesche jeugdige misdadigers worden op dezelfde wijze wel eens aan den beleenden heer J. van der Steur te Magelang toevertrouwd.

2) Ten einde te voorkomen, dat jeugdige gestraften slechten invloed ondervinden van oudere, is bij art. 15 quater Gev. (bijgevoegd bij Stbl. 1906 no. 257.) uitdrukkelijk voorgeschreven, dat veroordeelden beneden 16 jaar oud noch bij het werk, noch elders met gevangenen van andere categorieën in aanraking mogen komen.

Sluiten