Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den schedel (bv. een waterhoofd), eene ziekelijke storing daarentegen niet, tenzij wellicht indien men tot eene operatie overgaat. In hoofdzaak zal uit de functies der hersenen moeten worden afgeleid, of men met eene gebrekkige ontwikkeling, dan wel met eene ziekelijke storing te doen heeft. Het Ontw. heeft beide begrippen dan ook direct verbonden aan de geestvermogens (aldaar verstandelijke vermogens genoemd).

Het verschil tusschen beide begrippen ligt opgesloten in het verschil tusschen ziekte en gebrek. Onder ziekte verstaat men elke afwijking van de normale samenstelling en geregelde werking der menschelijke organen, waardoor deze zelf in gevaar worden gebracht. Een gebrek daarentegen wijst slechts op eene onvolkomenheid, op een ontbreken van iets. Iemand, die slechts één been bezit, is gebrekkig, maar kan volkomen gezond zijn. Een doofstomme, die van zijne geboorte af niet heeft kunnen hooren, doordat zijn gehoororgaan onontwikkeld is gebleven en daardoor ook nooit heeft leeren spreken, is eveneens gebrekkig; enz.

Ons Stwb. I. spreekt alleen van krankzinnigheid; het is nu duidelijk, dat deze uitdrukking veel te eng is, want krankzinnigheid duidt slechts eene ziekelijke storing der hersenen aan van min of meer blij venden aard; beter is dus het Ontw. dat de „ziekelijke storing der verstandelijke vermogens" in het algemeen, en bovendien ook de „gebrekkige ontwikkeling" ervan als twee oorzaken, die de toerekenbaarheid kunnen opheffen, opnoemt. In de praktijk wordt de term „krankzinnigheid" van art. 33 Swb. 1. echter zoo uitgebreid mogelijk opgevat, zoodat zelfs zeer tijdelijke storingen, alsmede gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens, daaronder vallen, zoodra zij op de toerekenbaarheid belangrijken invloed uitoefenen.

In hoeverre nu ziekelijke storing of gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens de toerekenbaarheid al dan niet opheffen, is dikwijls eene zeer moeilijk te beantwoorden vraag, waarvoor men in elk geval het advies van eenen werkelijk-deskundige (niet van den eerst-besten medicus dus) dient in te winnen. § 102 Krank- ^ene hersenziekte is evenals elke andere ziekte, aan bepaalde zinnigheid, natuurwetten onderworpen, en uit zich in bepaalde symptomen, die den krankzinnigenarts bekend zijn. Zoowel het ken- en

Sluiten