Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard, die zoowel voor de patienten zeiven als voor de maatschappij groot gevaar kan opleveren. Vandaar, dat niet alleen de dokter, maar ook de politie, het openbaar ministerie en de rechter bij het nemen van maatregelen ten opzichte van een krankzinnige te pas moeten komen. Daar krankzinnigheid eene ziekte is, moet zij door den dokter worden geconstateerd, de patiënt door dezen worden verzorgd en zoo mogelijk genezen; daar zij voor de omgeving van den krankzinnige gevaar kan opleveren, moeten politie, O. M. en rechter samenwerken, om gevaarlijke krankzinnigen tijdig door opneming in een krankzinnigengesticht onschadelijk te maken. De bemoeienis van laatstgenoemde autoriteiten is echter nog om andere reden noodzakelijk; krankzinnigheid kan nl. vrij gemakkelijk tot voorwendsel worden gebruikt, om iemand onwettig zijne vrijheid te doen benemen. Een en ander maakt eene speciale regeling van het krankzinnigenwezen noodig, en deze vinden wij in het krankzinnigen-reglement, Stbl. 1897 no. 54.

Dit Reglement regelt vooreerst de inrichtingen, dienende om krankzinnigen te verplegen of voorloopig op te nemen, alsmede het: toezicht, daarover Uit te oefenen door den Directeur van O. E. N., den chef van den geneeskundigen dienst, de hoofden van plaatselijk bestuur en het Openbaar Ministerie. — Verder geeft het aan, op welke wijze iemand in een krankzinnigengesticht kan worden opgenomen, zoowel Europeaan als Inlander. Het verzoek daartoe kan gedaan worden door den krankzinnige zelf, zijne (bepaald aangewezen) betrekkingen, of het O. M., en moet gelast worden door den rechter (voor Inlanders den Landraad), nadat deze door geneeskundige verklaring, het hooren van getuigen en desnoods ook van den krankzinnige zich ervan overtuigd heeft, dat er gegronde reden tot opneming bestaat. De opname geschiedt voor ten hoogste één jaar, maar kan telkens worden verlengd. ') - Vervolgens worden de gevallen geregeld, waarin verlof of ontslag mag of moet worden verleend, en zijn er bepalingen getroffen betreffende het beheer van de goederen der krankzinnigen en hunne onder-curateele-stelling, terwijl straibepa-

') Vergelijk nog art. 134 v. li. O. en a. 230 I. li. jo. a. 58 Gev. Deze artt. zijn thans alleen nog voor niet-krankzinnigen bestemd; zie blz. 56.

Sluiten