Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat er op de boven geschetste wijze drang is uitgeoefend, doet het billijken, dat aan het begane feit het karakter van delict ontnomen wordt (althans voor de persoon op wie die drang is uitgeoefend). Overmacht als drang dient dus door den wetgever uitdrukkelijk als rechtvaardigingsgrond te worden aangegeven.

Het Swb. I. onderscheidt niet dwang van drang\art. .'>3 bepaalt, dat er geen delict is gepleegd, indien men daartoe door overmacht werd gedwongen. Uit het bovenstaande blijkt evenwel, dat aan deze woorden geen andere bedoeling gehecht kan worden dan die, welke door art. 37 Ontw. aldus juister wordt uitgedrukt: „Niet strafbaar is hij, die een feit begaat, waartoe hij door overmacht is gedrongen.'''

§109. Noodtoe- Gaan wij de bovengegeven voorbeelden nog eens goed na, stand- dan bemerken wij, dat overmacht kan worden uitgeoefend.

le door den eenen mensch op den ander (door geweld, of bedreiging met geweld, ontslag of eenig ander belangrijk kwaad); 2e louter door een samenloop van omstandigheden. In het laatste geval nu spreekt men gewoonlijk van noodtoestand.

Noodtoestand is derhalve niets anders dan eene bijzondere soort van overmacht, en wordt dan ook noch door het Swb. I. noch door het Ontw. afzonderlijk als rechtvaardigingsgrond vermeld.

Bij noodtoestand is er uit den aard der zaak geen enkele persoon, die voor het begaan van het feit aansprakelijk kan worden gesteld. Waar de overmacht echter door een mensch wordt uitgeoefend (overmacht in engeren zin), daar is de pressie oefenende persoon strafrechtelijk voor het begaan delict verantwoordelijk, wordt deze als de ware dader beschouwd en mtektet^mele'•"dader genoemd; het feit verliest alsdan slechts ten aanzien van de tot het begaan ervan gedrongen persoon het karakter van delict. Hierop komen wij in het hoofdstuk over de deelneming nader terug.

Overmacht (als drang) doet zich steeds voor als een conflict va,n verschillende rechtsbelangen; het zuiverst doet zich dit voor bij noodtoestand, daar de handelende persoon alsdan geheel alléén tegenover dat conflict staat, terwijl bij overmacht in engeren zin het conflict door eene willekeurige daad van een mensch in het leven wordt geroepen. Wanneer iemand eenen,

Sluiten