Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het begrip van noodweer berust nl. op liet beginsel, dat reclit nooit behoeft te wijken voor onrecht. Waar derhalve onrecht gepleegd wordt of staat gepleegd te worden, daar moet het ook in het algemeen aan een ieder geoorloofd zijn, 0111 met gepaste middelen dat onrecht af te weren, zonder dat nog van overmacht sprake behoeft te zijn. Intusschen, in' dit beginsel, hoe rationeel het moge schijnen, ligt een groot gevaar opgesloten. Immers, indien het zonder meer werd aanvaard, zoo zou onbeperkte eigen richting daardoor gewettigd worden; en dit zou natuurlijk in eene beschaafde maatschappij niet passen. Vandaar, dat bedoeld beginsel wettelijk geregeld en binnen bepaalde grenzen beperkt dient te worden, en wel in het algemeen in dezen zin, dat zelfverweer tegen onrecht slechts toegelaten wordt: a. voorzoover het inroepen of het tijdig inroepen van de hulp der overheid onmogelijk is; b. voorzoover de daad van zelfverweer geëvenredigd is aan de aanranding. In het algemeen zou men dan het volgende mogen stellen: Niemand behoeft zich eene niet-réchtmatige aanranding van eenig rechtsbelang te laten aanleunen; tegen elke zoodanige aanranding (of onmiddellijk dreigende aanranding) kan men de hulp der overheid inroepen; waar deze niet ingeroepen kan worden — om welke reden dan ook — moet het een ieder geoorloofd zijn, haar door gepaste middelen af te weren, hetzij een rechtsbelang — welk ook maar — van hemzelven, hetzij dat van een ander erdoor worde bedreigd. Hierin ligt niet opgesloten, dat men het recht heeft, eene dreigende aanranding af te wachten', waar deze ontweken kan worden, mag zulks niet worden nagelaten. Aan den anderen kant echter mag niet gevergd worden dat men eene onmiddellijk dreigende aanranding door smadelijke ontwijking (bv. door eene laffe vlucht) moet trachten te ontkomen.

Noch het Sbw. I. echter, noch het Ontw. heeft de noodweer in dezen algemeenen zin als rechtvaardigingsgrond erkend; in beide strafwetboeken is zij in belangrijke mate beperkt, waf wij thans in het kort na zullen gaan.

§111. De Nood- Het Stel). I. behandelt de noodweer casuïstisch in het bijweer in het swb. i. zonder gedeelte, nl. in artt. 246 en v., uitsluitend in verband met doodslag, kwetsuren en slagen. Deze zijn, zegt art. 246,

Sluiten