Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§112. De Nood- Het Ontw. heeft van de noodweer een algemeenen rechtser in het Ontw. vaardigingsgrond gemaakt, geldende dus t. a. v. alle delicten;

intusschen, het in noodweer begane feit zal in 99 % der voorkomende gevallen wel in doodslag of mishandeling bestaan. Art. 38 Ontw. luidt:

„Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke

verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen oogenblikkelijke of onmiddellijk dreigende, wederrechtelijke aanranding.

Niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen der noodzakelijke verdediging, indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van eene hevige gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt."

Het eerste lid eischt voor noodweer, dat de verdediging noodzakelijk zij; m. a. w. dat de aanranding van dien aard zij, dat op geenerlei andere wijze daaraan te ontkomen was. Letterlijk opgevat, zou men zich dus niet op noodweer mogen beroepen, indien men zelfs door smadelijke vlucht zich aan de aanranding had kunnen onttrekken. Zóó letterlijk evenwel vat de Nederlandsche jurisprudentie deze uitdrukking van het met ons artikel overeenstemmend ') art. 41 Ned. Swb. niet op. Toch wordt door deze redactie (opzettelijk aldus gekozen; in het ontwerp Ned. Swb. stond oorspronkelijk „een feit, noodzakelijk ter verdediging") het recht tot zelfverdediging op zich zelf belangrijk meer beperkt dan het thans is. Slechts gedeeltelijk wordt dit goedgemaakt door het tweede lid, waarover dadelijk meer.

In ander opzicht breidt het Ontw. de noodweer belangrijk uit: niet alleen tegen aanranding van eigen of eens anderen lijf (waarin ook leven vanzelf begrepen is), maar ook van eigen of eens anderen eerbaarheid en goed wordt noodweer door het Ontw. erkend. — Wat de wederrechtelijkheid der aanranding betreft, daaromtrent valt hetzelfde als boven bij a. 246 Swb. I. op te merken.

Niet alleen de verdediging op zich zelf moet noodzakelijk zijn, maar ook het feit, de daad, moet door die verdediging geboden zijn; m. a. w. de verdedigingsdaad mag over het

') De woorden: of onmiddellijk dreigende in a. 38. le lid, Ontw. komen in het Nederlandsche Swb. niet voor; dit is een der weinige verbeteringen, die in het nieuw Swb. |2ur. voor Indië, en in navolging daarvan in het Ontw., zijn aangebracht.

Sluiten